Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:10034

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
29 april 2026
Publicatiedatum
29 april 2026
Zaaknummer
NL26.15850
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 6:12 AwbArt. 42 Vreemdelingenwet 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens prematuur ingediend beroep tegen niet tijdig beslissen asielaanvraag

Eiser heeft op 9 november 2025 een asielaanvraag ingediend bij de minister van Asiel en Migratie. De minister dient binnen zes maanden na ontvangst van de aanvraag een besluit te nemen, wat in deze zaak betekent dat de beslistermijn zou verstrijken op 9 mei 2026.

Eiser heeft op 16 februari 2026 een ingebrekestelling ingediend, waarin hij de minister verzocht om binnen een redelijke termijn te beslissen. De rechtbank oordeelt dat deze ingebrekestelling prematuur is, omdat de beslistermijn van zes maanden nog niet was verstreken en bovendien twee weken na ontvangst van de ingebrekestelling moeten zijn verstreken voordat een beroep kan worden ingediend.

Daarom voldoet het beroep niet aan de vereisten voor het indienen van een beroep tegen het niet tijdig beslissen. De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur ingediend beroep.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.15850

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiser,

V-nummer: [nummer],
(gemachtigde: mr. A.A. Hardoar),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Inleiding

1. Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingediend, omdat de minister niet op tijd zou hebben beslist op de asielaanvraag van 9 november 2025.
1.1.
De rechtbank doet uitspraak zonder zitting. [1]

Beoordeling door de rechtbank

2. Een beroepschrift gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen. [2]
3. De minister moet binnen zes maanden na ontvangst van de aanvraag beslissen. [3] Eiser heeft zijn asielaanvraag ingediend op 9 november 2025. De beslistermijn van zes maanden zou in het geval van eiser verstrijken op 9 mei 2026. Dit betekent dat de ingebrekestelling van 16 februari 2026 prematuur is ingediend. Het beroep voldoet daarom niet aan de vereisten voor het indienen van een beroep tegen het niet tijdig beslissen. [4]

Conclusie en gevolgen

4. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R. Tesfai, rechter, in aanwezigheid van
A.S. van der Veen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Artikel 6:12, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
3.Artikel 42, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).
4.Artikel 6:12, tweede lid, van de Awb.