Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:10035

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
29 april 2026
Publicatiedatum
29 april 2026
Zaaknummer
12077781/26-70287
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:669 lid 1 BWArt. 7:669 lid 3 BWArt. 7:671b lid 2 BWArt. 7:671b lid 9 BWArt. 7:673 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens verstoorde arbeidsverhouding met toekenning billijke vergoeding

De werkgever Silverflow B.V. verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst met de werknemer [verweerder], Head of Platform and Security, wegens een verstoorde arbeidsverhouding. Na uitvoerige correspondentie, gesprekken en mediation is de relatie tussen partijen zodanig verstoord dat voortzetting niet mogelijk is. De kantonrechter oordeelt dat de verstoring vooral aan de werkgever te wijten is, maar ook de werknemer heeft bijgedragen door een defensieve houding en het niet meewerken aan het verbeterplan.

Herplaatsing is niet mogelijk gelet op de ernst van de verstoring en de positie van de werknemer. De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden met ingang van 1 juni 2026. De kantonrechter wijst de verklaring voor recht toe dat de werknemer niet verwijtbaar heeft gehandeld. De transitievergoeding wordt vastgesteld op €14.085,90 bruto.

Vanwege het ernstig verwijtbaar handelen van Silverflow, met name het direct aanscherpen van de situatie op 25 september 2025 zonder voorafgaande gesprekken, kent de kantonrechter een billijke vergoeding toe van €30.000 bruto. De werknemer wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn vordering tot op naam stellen van aandelen, omdat dit onder de jurisdictie van de rechtbank Amsterdam valt. De proceskosten worden aan Silverflow opgelegd. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden wegens een duurzaam verstoorde arbeidsverhouding met toekenning van een billijke vergoeding van €30.000 aan de werknemer.

Uitspraak

RECHTBANKDEN HAAG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Leiden
Zaaknummer / rekestnummer: 12077781 \ EJ VERZ 26-70287
Beschikking van 29 april 2026
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
SILVERFLOW B.V.,
statutair gevestigd te Amsterdam en kantoorhoudende te Amsterdam-Duivendrecht,
verzoekende partij in het verzoek,
verwerende partij in het tegenverzoek,
hierna te noemen: Silverflow,
gemachtigde: mr. J. Niezen,
tegen
[verweerder],
wonende te [woonplaats] ,
verwerende partij in het verzoek,
verzoekende partij in het tegenverzoek,
hierna te noemen: [verweerder] ,
gemachtigde: mr. G.G.A.J.M. van Poppel.
De zaak in het kort
In deze zaak verzoekt de werkgever om ontbinding van de arbeidsovereenkomst met de werknemer. De kantonrechter wijst het verzoek toe, omdat er een redelijke grond is voor ontbinding, te weten te weten een verstoorde arbeidsverhouding. Aan de werknemer wordt een billijke vergoeding toegekend, omdat de ontbinding het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift met producties,
- het verweerschrift tevens houdende tegenverzoeken met producties,
- de brief van 19 maart 2026 met een aanvullende productie van [verweerder] ,
- de mondelinge behandeling van 25 maart 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. Door de gemachtigde van Silverflow en [verweerder] zijn spreekaantekeningen voorgedragen en overgelegd.
1.2.
Na de mondelinge behandeling is de zaak een week aangehouden in verband met schikkingsonderhandelingen. Op 31 maart 2026 heeft de gemachtigde van Silverflow de kantonrechter laten weten dat het partijen niet gelukt is om een schikking te bereiken en gevraagd beschikking te wijzen.
1.3.
De beschikking is bepaald op vandaag.

2.De feiten

2.1.
[verweerder] , geboren [geboortedatum] 1978, is sinds 1 juli 2022 in dienst bij Silverflow. De functie van [verweerder] is Head of Platform and Security met een loon van € 9.990,00 bruto per maand exclusief 8% vakantietoeslag en overige emolumenten.
2.2.
In mei 2025 heeft een medewerkerstevredenheidsonderzoek plaatsgevonden bij Silverflow en een 360-graden feedback ten behoeve van [verweerder] .
2.3.
Vanaf 13 augustus tot en met 15 september 2025 heeft [verweerder] vakantie opgenomen voor een bezoek naar Australië vanwege zijn zieke moeder.
2.4.
Op 25 september 2025 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen [verweerder] , mevrouw [naam 1] (hierna genoemd: [naam 1] ) en mevrouw [naam 2] (hierna genoemd: [naam 2] ). Naar aanleiding van dat gesprek heeft [naam 1] onder meer het volgende per e-mail geschreven aan [verweerder] :
“The purpose of the meeting was to discuss issues in your performance with which we are struggling and for which we want to find a solution, together with you. (…)
I have been transparent with you about the specific areas of concern (…)
  • On Leadership (…) We’ve seen a pattern of team members languishing without clear mentorship or guidance (…)
  • On Collaboration (…) Colleagues have described you communication style as “not polite” (…), to the point where some now avoid interacting with you. (…)
  • On Strategic Focus (…)
We discussed that the best approach would be to implement a Personal Improvement Plan (PIP) (…) if the goals are not met, we would move to end your employment. (…)
I have mentioned to you that as an alternative to following the PIP route, you may also choose to try to solve the situation by mutual agreement to part ways amicably (…)”
2.5.
Daarop heeft [verweerder] onder meer geantwoord:
“I do not remember or recognize the issues raised have been talked about for a longer time without any steps made for improvement. (…) Other than a single remark made on July 25th (shortly before my vacation), I could not find critiques on my leadership (…) The fact that this is the first time it has been made clear to me that improvement to my leadership skills is necessary does not mean I am not willing to work on it. (…)
Considering all information, I have taken the feedback seriously. I do not see, however, that we have reached the point where it is reasonable to propose either a three-month PIP or a settlement, so I do not agree to either of these options. I remain committed to professional development, and the best way forward is to first address the questions raised above, then agree on concrete goals that can be implemented in the coming period.”
2.6.
Op 8 oktober 2025 mailt [naam 1] onder meer het volgende aan [verweerder] :
“We do not believe that it is necessary to further elaborate on the issues that we have already discussed with you and clarified in this email. As your employer we can instruct you to start a PIP based on the points and issues that in our view need improvement and form part of your key position as Head of Platform and Security.”
2.7.
Op 13 oktober 2025 mailt [verweerder] onder meer aan [naam 1] :
“The questions sent by me in the email of October 02 (…) have still remained unanswered. (…) it remains unclear to me why the ‘incidents’/’signals’ in question are regarded as shortcomings (solely) on my part when Silverflow never made any mention of these ‘problems’/’issues’ ever before and did not act on them before now.”
2.8.
Op 14 oktober 2025 mailt [naam 1] aan [verweerder] onder meer het volgende:
“Unfortunately the content of your emails gives us the impression that you do not fully acknowledge the concerns that have been raised, or the fact that these concerns have an impact on the company.
As stated before, it is the employer’s responsibility, and right, to assess whether an employee meets the requirements of their position. It is also for the employer to decide what steps are needed to address performance issues. (…)
We therefore kindly ask you to confirm no later than 17 October 2025, 2pm that you are prepared to fully engage in the PIP process. If you are not willing to do so, or fail to respond by that date, we will have to consider other steps.”
2.9.
Op 17 oktober 2025 mailt [verweerder] onder meer het volgende aan [naam 1] :
“As stated previously, I do not agree to form of a PIP of the proposed three month timeline. Given the current process en lack of transparency, such a measure is not appropriate.”
2.10.
In het door Silverflow opgestelde PIP is onder meer het volgende bepaald:
Success means:meeting all objectives below by end date. Failure to meet these objectives will result in initiation of termination of employment. (…)
You will have successfully completed this PIP if:
  • All success metricsoutlined above are met by the specified deadlines
  • Improvement is sustainedthroughout the 3-month period (…)
  • Stakeholder and team feedbackconfirms meaningful positive change
  • No new serious performance issuesemerge during the PIP period”.
2.11.
Op 27 oktober 2025 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen [verweerder] en [naam 1] . Naar aanleiding van het gesprek mailt [naam 1] op 30 oktober 2025 [verweerder] onder meer het volgende:
“The conclusion is that you do not wish to cooperate with the PIP. (…) You did not want to discuss the content of the PIP (…)
The situation has led to an impasse. Your refusal to engage in any meaningful discussion about the PIP makes it impossible to move forward in a constructive way. This is causing serious concern, not only regarding your own performance but also with your teams and the company. (…) we suggest we starting mediation with the support of an independent third party. (…) Please let us know if you agree with mediation and, assuming that you will, which party you would prefer tot proceed with. (…)”.
2.12.
Op 31 oktober 2025 heeft [verweerder] zijn optierechten uitgeoefend voor 600 aandelen van Silverflow.
2.13.
Op 6 november 2025 beantwoordt [verweerder] de e-mail van [naam 1] van 30 oktober 2025. In deze e-mail van zeven pagina’s geeft [verweerder] aan dat hij open staat voor mediation. Daarnaast stelt [verweerder] in de mail tientallen vragen.
2.14.
Op 20 november 2025 is mediation opgestart tussen partijen. Daarbij zijn aanwezig [verweerder] en zijn adviseur [naam 3] (hierna genoemd: [naam 3] ) en namens Silverflow [naam 1] en [naam 2] .
2.15.
Op 21 november 2025 heeft de CEO van Silverflow, de heer [naam 4] , [verweerder] geschorst en de toegang tot zijn accounts geblokkeerd. [verweerder] is die ochtend wel naar het kantoor van Silverflow gekomen en is vervolgens verzocht het kantoor te verlaten.
2.16.
Later die dag stuurt [naam 2] een e-mail naar [verweerder] over de gang van zaken die ochtend. In de mail wordt [verweerder] meegedeeld dat hij niet namens Silverflow naar een geplande beurs in Las Vegas mag. Nog op dezelfde dag reageert [naam 3] namens [verweerder] per e-mail op de gebeurtenissen die ochtend op kantoor en maakt zij bezwaar tegen de schorsing.
2.17.
Op 15 december 2025 ontvangt [verweerder] een vaststellingsovereenkomst van Silverflow en wordt de mediation beëindigd tussen partijen.

3.Het verzoek en het verweer

3.1.
Silverflow verzoekt de kantonrechter om bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
  • de arbeidsovereenkomst met [verweerder] te ontbinden,
  • te bepalen dat de door Silverflow aan [verweerder] te betalen transitievergoeding bij een beëindigingsdatum van 1 juli 2026 € 15.385,60 bedraagt,
  • [verweerder] te veroordelen in de proceskosten en de nakosten.
3.2.
Silverflow heeft aan het verzoek - kort weergegeven - ten grondslag gelegd dat sprake is van een redelijke grond voor ontslag, in de zin van artikel 7:669 lid 3 aanhef Pro en onder g, d, e dan wel i van het Burgerlijk Wetboek (BW) en dat herplaatsing niet in de rede ligt en ook niet mogelijk is.
3.3.
Primair is volgens Silverflow sprake van een verstoorde arbeidsverhouding (de zogenaamde g-grond). De verstoring is ernstig, omdat de direct leidinggevende van [verweerder] , [naam 1] , uit vrees voor haar gezondheid niet langer contact kan hebben met [verweerder] . Dit is volledig te wijten aan de wijze waarop [verweerder] en zijn adviseur communiceren. Daarnaast hebben meerdere directe collega’s van [verweerder] te kennen gegeven niet meer met hem te kunnen en willen samenwerken vanwege zijn gedrag. Een zeer waardevolle collega is zelfs bijna vertrokken vanwege [verweerder] . Voorzetting van het dienstverband is schadelijk voor de goede bedrijfsvoering en zal tot onaanvaardbare onrust leiden. Er is ook sprake van een duurzame verstoring, omdat het niet mogelijk is gebleken om in onderlinge gesprekken of in het kader van mediation een oplossing te vinden voor het gerezen wantrouwen.
3.4.
Subsidiair voert Silverflow aan dat sprake is van disfunctioneren van [verweerder] (de d-grond). Uit het door Silverflow opgestelde verbeterplan volgt dat Silverflow meent dat [verweerder] niet geschikt is voor een belangrijk deel van zijn bedongen arbeid. Dit gaat om strategische planning, samenwerking, communicatie, leiderschap en ontwikkeling binnen zijn teams. Uit de door Silverflow ontvangen signalen en in het bijzonder de e-mail van 8 oktober 2025 blijkt duidelijk dat [verweerder] op die punten moet verbeteren en dat de ongeschiktheid niet het gevolg is van ziekte, gebrek en/of onvoldoende aandacht vanuit Silverflow voor scholing en de arbeidsomstandigheden. Silverflow heeft [verweerder] de mogelijkheid geboden om zich te verbeteren.
3.5.
Meer subsidiair voert Silverflow aan dat sprake is van verwijtbaar handelen aan de zijde van [verweerder] (e-grond), vanwege het niet meewerken aan het verbeterplan. Van [verweerder] mag als werknemer verwacht worden dat hij zich open, toetsbaar, redelijk en coöperatief opstelt, als hij geconfronteerd wordt met zorgen van de werkgever. [verweerder] gaat de dialoog uit de weg en werkt niet mee met de redelijke zorgen en instructies van zijn werkgever.
3.6.
Uiterst subsidiair doet Silverflow een beroep op de cumulatiegrond. Zouden deze bovengenoemde ontslaggronden individueel geen voldragen ontslaggrond opleveren, dan meent Silverflow dat deze in combinatie een voldragen i-grond opleveren, waardoor de arbeidsovereenkomst alsnog ontbonden zou moeten worden zonder toekenning van een aanvullende vergoeding.
3.7.
[verweerder] heeft gemotiveerd verweer gevoerd en verzoekt Silverflow niet-ontvankelijk te verklaren dan wel het verzoek tot ontbinding af te wijzen en de schorsing op te heffen, waarbij [verweerder] indien nodig herplaatst kan worden naar een andere functie. Daarnaast verzoekt [verweerder] om te verklaren voor recht dat geen sprake is van verwijtbaar handelen en evenmin van een voldragen d-grond, g-grond of i-grond.
3.8.
Voor het geval de arbeidsovereenkomst toch wordt ontbonden, verzoekt [verweerder] :
I. Silverflow te veroordelen tot betaling van de transitievergoeding van € 16.399,88 bruto bij een beëindiging per 1 juli 2026,
II. Silverflow te veroordelen tot betaling van een billijke vergoeding van € 119.880,- bruto jaarsalaris, te vermeerderen met:
- 8% vakantiegeld,
- 4% pensioenpremie,
- 2% salarisverhoging per april 2026,
- een optiepakket ter waarde van € 13.333,-,
- € 4.995,- bruto per maand gedurende de periode dat het concurrentiebeding langer duurt dan de periode dat het contract normaal gesproken in stand was gebleven,
- € 91.315,- bruto wegens verwachte salarisdaling over een periode van drie jaar,
- € 199.516,- in geval van bad leaver / niet toegekende aandelen, tegen een koers van € 208,59,
- € 2.170,- voor de extra kosten die [verweerder] moest maken wegens het annuleren van de vliegtickets naar San Francisco door Silverflow,
vermeerderd met wettelijke rente,
III. Silverflow te veroordelen tot het op naam stellen van de door [verweerder] gekochte 600 aandelen op straffe van een dwangsom,
IV. Indien ontbinding op de i-grond, Silverflow te veroordelen tot betaling van de aanvullende vergoeding,
V. Bij de einddatum rekening te houden met de opzegtermijn en bij ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever, zonder aftrek van proceduretijd,
VI. Silverflow te veroordelen in de proceskosten vermeerderd met de wettelijke rente
3.9.
[verweerder] betwist dat er een redelijke grond is voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Er is geen sprake van een duurzaam verstoorde arbeidsrelatie. Indien er al een verstoring is, dan is die in overwegende mate veroorzaakt door Silverflow. Gedurende drie jaar zijn er uitsluitend positieve beoordelingen geweest, met twee promoties, meerdere salarisverhogingen en optiepakketten. Er is geen sprake van een formele waarschuwing, er is geen dossieropbouw en ook geen mediation voor 30 oktober 2025. De vermeende verstoring werd pas op 25 september 2025 voor het eerst benoemd en daarbij is meteen een verbeterplan voorgelegd. Ook is onvoldoende concreet gemaakt wat de klachten zijn. De resultaten van het medewerkerstevredenheidsonderzoek en de 360-graden feedback zijn niet gedeeld met [verweerder] . De 360-graden feedback is verzameld tijdens de vakantie van [verweerder] . Silverflow heeft meteen aangestuurd op beëindiging door een verbeterplan en een vaststellingsovereenkomst tegelijk aan te bieden. Het verbeterplan is ook niet uitgevoerd. Bovendien bevat het verbeterplan meerdere zerotolerance bepalingen, vangt het aan met een dreiging van directe beëindiging als niet alle doelen worden behaald en bevat het een onhaalbare planning. Ook betwist [verweerder] dat sprake is van disfunctioneren. Er ontbreekt een objectieve onderbouwing van structureel onvoldoende functioneren. Er is geen tijdige of duidelijke waarschuwing geweest en Silverflow heeft niet zorgvuldig een verbetertraject opgezet of uitgevoerd. Er is [verweerder] geen reële en eerlijke verbeterkans geboden. Van verwijtbaar handelen aan de kant van [verweerder] is ook geen sprake. Silverflow heeft zelf in belangrijke mate bijgedragen aan escalatie door publieke confrontatie, het blokkeren van toegang, het annuleren van reizen en het plotseling beëindigen van operationele communicatie.
3.10.
De stellingen van partijen komen hierna aan de orde, voor zover voor de beslissing van belang.

4.De beoordeling

4.1.
Het gaat in deze zaak in de kern om de vraag of de arbeidsovereenkomst tussen partijen moet worden ontbonden. Een arbeidsovereenkomst kan alleen worden ontbonden als daar een redelijke grond voor is. In de wet is bepaald wat een redelijke grond is. [1] Ook is voor ontbinding vereist dat herplaatsing van de werknemer binnen een redelijke termijn niet mogelijk is of niet in de rede ligt. [2]
4.2.
De kantonrechter oordeelt dat er een redelijke grond is voor ontbinding. Dat wordt als volgt toegelicht.
Verstoorde arbeidsverhouding (g-grond)
4.3.
Silverflow heeft het verzoek primair gebaseerd op een verstoorde arbeidsverhouding (g-grond). Op grond van artikel 7:669 lid 3 aanhef Pro en onder g BW wordt daaronder verstaan ‘een verstoorde arbeidsverhouding, zodanig dat van de werkgever in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren’. De kantonrechter is van oordeel dat hiervan sprake is en licht dit als volgt toe.
4.4.
Vast staat dat Silverflow op 25 september 2025 aan [verweerder] te kennen heeft gegeven dat zijn functioneren op bepaalde vlakken onder de maat was en dat daarom een verbeterplan zal worden gestart. In de periode daarna heeft tussen partijen uitvoerig overleg en correspondentie plaatsgevonden, waarbij de verhoudingen steeds verder verstoord zijn geraakt. De kantonrechter is van oordeel dat de verstoring met name aan Silverflow valt te verwijten, waarover meer onder 4.12 en verder. Dat neemt niet weg dat ook de opstelling van [verweerder] in de periode na het gesprek op 25 september 2025 niet de schoonheidsprijs verdient. Deze houding kenmerkt naar het oordeel van de kantonrechter zich als zeer defensief, waarbij niet is meegewerkt aan het verbeterplan, maar steeds opnieuw vragen werden gesteld. Hoewel dit als overwogen met name het gevolg is van de handelwijze van Silverflow, kan dit ook [verweerder] in enige mate worden aangerekend. Verder weegt mee dat niet alleen sprake is van een verstoorde verhouding met de direct leidinggevende van [verweerder] , maar ook met zijn directe collega’s. Naar het oordeel van de kantonrechter is de arbeidsverhouding tussen partijen kortom met name door de handelwijze van Silverflow in september 2025 verstoord geraakt en is die verstoring mede door toedoen van [verweerder] daarna verder geëscaleerd. Ook een nadien ingezette mediation heeft niet geleid tot een verbetering van de verhoudingen. Op basis van het voorgaande concludeert de kantonrechter dat het wederzijds vertrouwen en een goede basis voor een verdere vruchtbare samenwerking ontbreekt en dat inmiddels van een duurzaam verstoorde arbeidsverhouding sprake is.
Herplaatsing
4.5.
Gelet op de ernst van de verstoring van de arbeidsverhouding en de positie van [verweerder] binnen de onderneming van Silverflow ligt herplaatsing naar het oordeel van de kantonrechter niet in de rede. Daarbij overweegt de kantonrechter dat ook een herplaatsing in zijn vorige functie niet in de rede ligt, nu ook de directe collega’s hebben aangegeven niet meer met [verweerder] te kunnen en willen werken.
Ontbinding
4.6.
Nu sprake is van een redelijke grond voor ontslag en herplaatsing niet mogelijk is, zal de arbeidsovereenkomst op grond van artikel 7:671b lid 2 BW in verbinding met artikel 7:669 lid 1 en Pro lid 3, onderdeel g, BW worden ontbonden. Het einde van de arbeidsovereenkomst zal worden bepaald op 1 juni 2026. Dat is de datum waarop de arbeidsovereenkomst bij regelmatige opzegging zou zijn geëindigd. [3]
4.7.
Omdat de arbeidsovereenkomst zal worden ontbonden op grond van de door Silverflow (primair) aangevoerde g-grond, komt de kantonrechter aan de beoordeling van de overige (subsidiair) aangevoerde gronden niet meer toe.
Verklaring voor recht
4.8.
[verweerder] heeft in zijn tegenverzoek verzocht om te verklaren voor recht dat geen sprake is van verwijtbaar handelen (e-grond), en evenmin van een voldragen d-grond,
g-grond of i-grond. De kantonrechter begrijpt dat [verweerder] in zoverre belang heeft bij de gevorderde verklaring voor recht, dat vast komt te staan dat geen sprake is van verwijtbaar handelen, (onder meer) in verband met de mogelijke optierechten.
4.9.
De kantonrechter overweegt dat hetgeen in dit kader door Silverflow is aangevoerd in het licht van het voorgaande onvoldoende is om te kunnen leiden tot de conclusie dat [verweerder] verwijtbaar heeft gehandeld in de zin van artikel 7:669 lid 3 sub e BW Pro. De door [verweerder] gevorderde verklaring voor recht zal daarom in zoverre worden toegewezen.
Transitievergoeding
4.10.
Partijen zijn het erover eens dat [verweerder] bij ontbinding recht heeft op een transitievergoeding. Zij zijn het echter oneens over de hoogte daarvan. Volgens [verweerder] moet bij de berekening van deze vergoeding ook rekening worden gehouden met de bonussen die in de voorgaande jaren aan hem zijn uitgekeerd en met het gegeven dat hij bij een andere werkgever gehunt is. De kantonrechter volgt [verweerder] hierin niet, omdat geen sprake is van een overeengekomen variabele looncomponent. Het gegeven dat [verweerder] door Silverflow is benaderd om bij haar in dienst te treden leidt evenmin tot een hogere transitievergoeding.
4.11.
Gelet op de indiensttredingsdatum van 1 juli 2022, de ontbindingsdatum van 1 juni 2026 en een bruto maandsalaris van € 10.789,20 (€ 9.990,00 vermeerderd met 8% vakantiegeld) bedraagt de transitievergoeding volgens het tweede lid van artikel 7:673 BW Pro € 14.085,90 bruto. Dat bedrag zal in deze procedure aan [verweerder] worden toegekend.
Billijke vergoeding4.12. De kantonrechter ziet daarnaast aanleiding om aan [verweerder] een billijke vergoeding toe te kennen. Een billijke vergoeding kan worden toegekend als de ontbinding van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever. [4] Dat zal zich alleen voordoen in uitzonderlijke gevallen en als een werkgever de verplichtingen uit de arbeidsovereenkomst in ernstige mate schendt. Bij de beoordeling of de ontbinding het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever, moeten alle omstandigheden van het geval, in onderling verband en samenhang, in aanmerking worden genomen. [5]
4.13.
De kantonrechter is van oordeel dat Silverflow ernstig verwijtbaar heeft gehandeld in de hiervoor bedoelde zin, omdat Silverflow met haar handelwijze op 25 september 2025 de zaak direct onnodig op scherp heeft gezet. Deze handelwijze van Silverflow heeft er uiteindelijk toe geleid dat de verhoudingen zodanig zijn verstoord, dat voortzetting van het dienstverband nu niet meer kan worden verlangd. De kantonrechter zal hierna aan de hand van de feiten dit oordeel nader toelichten.
4.14.
De kantonrechter stelt voorop dat Silverflow de klachten over het functioneren van [verweerder] terecht serieus heeft genomen, maar zij heeft in dit kader niet de juiste stappen ondernomen. Gegeven de hoge positie van [verweerder] en de verantwoordelijkheden die bij zijn functie horen, is op zichzelf begrijpelijk dat Silverflow de situatie niet lang heeft willen laten voortduren en snel wilde ingrijpen. Dit neemt echter niet weg dat het Silverflow als goed werkgever op de weg lag om na ontvangst van klachten over zijn manier van leidinggeven eerst hierover met [verweerder] het gesprek aan te gaan, zonder daarbij meteen een verbetertraject aan te kondigen. Uit hetgeen door Silverflow naar voren is gebracht blijkt niet dat Silverflow in eerdere gesprekken met [verweerder] heeft benoemd dat zij zijn leiderschap, samenwerking of communicatie als problematisch ervoer, laat staan dat dit gevolgen zouden kunnen hebben voor zijn dienstverband. Dit geldt te meer, nu [verweerder] pas sinds kort een leidinggevende rol vervulde binnen de onderneming van Silverflow en hierover nog geen functionerings- of beoordelingsgesprek had plaatsgevonden. Desondanks heeft Silverflow tijdens het gesprek op 25 september 2025 meteen een verbetertraject aangekondigd, met een beëindigingsovereenkomst als (enig) alternatief. Deze escalerende handelswijze van Silverflow acht de kantonrechter zodanig ernstig verwijtbaar dat daaraan een billijke vergoeding dient te worden verbonden.
4.15.
Voor de bepaling van de hoogte van de billijke vergoeding heeft [verweerder] - zakelijk weergegeven - aangevoerd dat de arbeidsovereenkomst zonder het ernstig verwijtbare handelen door Silverflow, mede gelet op de door hem aangevoerde persoonlijke omstandigheden, nog een jaar in stand zou zijn gebleven. [verweerder] verzoekt daarom om de billijke vergoeding vast te stellen op een jaarsalaris, vermeerderd met pensioenpremie, salarisverhoging en een optiepakket. Daarnaast verzoekt [verweerder] om rekening te houden met een verwachte salarisdaling over een periode van drie jaar, een vergoeding voor de periode waarin hij aan een concurrentiebeding gebonden zal zijn, een vergoeding voor niet toegekende aandelen, indien hij als zogenaamde ‘bad leaver’ wordt aangemerkt en de extra kosten die hij heeft gemaakt voor het annuleren van vliegtickets. Silverflow heeft de door [verweerder] aangevoerde omstandigheden (deels) weersproken en daarbij gewezen op de gunstige arbeidsmarktomstandigheden. Volgens Silverflow moet [verweerder] in staat worden geacht om binnen twee maanden een andere vergelijkbare functie te aanvaarden en heeft hij in de tussentijd recht op een WW-uitkering. Met de andere door [verweerder] aangevoerde omstandigheden moet volgens Silverflow geen rekening worden gehouden bij het bepalen van de hoogte van de billijke vergoeding.
4.16.
Voor het vaststellen van de hoogte van de toe te kennen billijke vergoeding zijn in de rechtspraak uitgangspunten geformuleerd. [6] De kantonrechter moet bij het bepalen van de billijke vergoeding rekening houden met alle omstandigheden van het geval en die vergoeding moet daarbij aansluiten. Het gaat er uiteindelijk om dat de werknemer wordt gecompenseerd voor het ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever. Ook met de gevolgen van de ontbinding kan rekening worden gehouden, voor zover die gevolgen zijn toe te rekenen aan het verwijt dat de werkgever kan worden gemaakt. De billijke vergoeding heeft geen bestraffend doel, maar met de billijke vergoeding kan ook worden tegengegaan dat werkgevers ervoor kiezen een arbeidsovereenkomst op ernstig verwijtbare wijze te laten eindigen.
4.17.
Voor zover [verweerder] met zijn stellingen bedoelt dat de arbeidsovereenkomst zonder het ernstig verwijtbaar handelen door Silverflow nog een jaar langer zou hebben voortgeduurd, volgt de kantonrechter hem hierin niet. Het ontbindingsverzoek is ruim vier maanden na het gesprek op 25 september 2025 door Silverflow ingediend. Uitgaande van de algemene ervaringsregel dat een verbetertraject doorgaans drie tot zes maanden duurt, moet ervan worden uitgegaan dat de arbeidsovereenkomst zonder het ernstig verwijtbare handelen van Silverflow hoogstens twee maanden langer zou hebben voortgeduurd. De kantonrechter neemt daarom het loon over deze periode tot uitgangspunt, vermeerderd met vakantiegeld en pensioenpremie. De door [verweerder] gestelde aanspraak op een salarisverhoging en optiepakket is door naar het oordeel van de kantonrechter onvoldoende gemotiveerd, in het licht van de betwisting van deze posten door Silverflow.
4.18.
Gelet op zijn kennis en ervaring moet [verweerder] onder de huidige arbeidsmarktomstandigheden in staat worden geacht op korte termijn ander werk te vinden. In de tussenliggende periode kan [verweerder] aanspraak maken op een WW-uitkering. Daarbij weegt de kantonrechter wel mee dat [verweerder] mogelijk niet in staat zal zijn om direct een gelijkwaardig inkomen te verwerven vanwege zijn concurrentiebeding. [verweerder] heeft in zijn verweerschrift weliswaar aangevoerd dat dit beding dient te worden vernietigd, maar hij heeft hieraan geen gevolgen verbonden in het door hem ingediende tegenverzoek. Silverflow heeft daarentegen ter zitting aangegeven dat zij [verweerder] aan zijn concurrentiebeding zal houden. De kantonrechter zal daar dan ook van uitgaan.
4.19.
Bij de bepaling van de billijke vergoeding zal de kantonrechter geen rekening houden met mogelijke schade in verband met de aandelenopties. Dit valt namelijk buiten het bereik van deze procedure. Verwezen wordt in dit kader naar hetgeen hierna onder 4.23 wordt overwogen. Wel betrekt de kantonrechter in zijn afweging dat [verweerder] kosten heeft moeten maken wegens het kort tevoren annuleren van de vliegtickets door Silverflow. Anderzijds houdt de kantonrechter bij de bepaling van de hoogte van de vergoeding ook rekening met de houding en gedragingen van [verweerder] in de periode na het gesprek op 25 september 2025.
4.20.
Uitgaande van de hiervoor genoemde omstandigheden, in onderlinge samenhang bezien, acht de kantonrechter het in deze zaak redelijk om de billijke vergoeding vast te stellen op een bedrag van € 30.000,- bruto. Silverflow zal dus worden veroordeeld tot betaling van een billijke vergoeding van € 30.000,- bruto.
Geen aanvullende vergoeding
4.21.
[verweerder] heeft verzocht om Silverflow te veroordelen tot betaling van een aanvullende vergoeding, indien de arbeidsovereenkomst wordt ontbonden op de zogenaamde i-grond. Nu de arbeidsovereenkomst wordt ontbonden op de g-grond, behoeft dit verzoek geen verdere bespreking.
Niet ontvankelijk ten aanzien van de vorderingen inzake de aandelen
4.22.
[verweerder] heeft verzocht om Silverflow te veroordelen tot het op naam stellen van aandelen in verband met uitgeoefende optierechten, op straffe van een dwangsom. De kantonrechter is van oordeel dat [verweerder] niet-ontvankelijk is in dit verzoek. Voor zover het de aandelen en de uitgeoefende optierechten aangaat, geldt dat de jurisdictie daarvan, gelet op het bepaalde in artikel 5 van Pro de Option Agreement (productie 69 bij verweerschrift), exclusief bij de rechtbank Amsterdam ligt. Geschillen rond (de afwikkeling van) deze overeenkomst dienen dan ook aan de rechtbank Amsterdam te worden voorgelegd. De kantonrechter acht zich dan ook niet bevoegd daarover te beslissen.
Intrekking verzoek
4.23.
Omdat aan de ontbinding een billijke vergoeding wordt verbonden krijgt Silverflow de gelegenheid om het verzoek in te trekken, binnen de hierna genoemde termijn. [7]
Proceskosten
4.24.
De proceskosten komen voor rekening van Silverflow, omdat sprake is van ernstig verwijtbaar handelen van Silverflow. [verweerder] heeft verzocht om veroordeling in de proceskosten tot een bedrag van € 4.500,- (exclusief btw) aan salaris gemachtigde. De kantonrechter begrijpt dat [verweerder] daarmee vergoeding vordert van de werkelijk gemaakte kosten van juridische bijstand. Het is vaste jurisprudentie dat een dergelijk verzoek alleen toewijsbaar is onder bijzondere omstandigheden. Van dergelijke omstandigheden is naar het oordeel van de kantonrechter in dit geval geen sprake. De kantonrechter zal de proceskosten daarom toewijzen conform het hiervoor geldende liquidatietarief. De proceskosten aan de zijde van [verweerder] worden begroot op € 1.298,00 (€ 1.154,00 aan salaris gemachtigde en € 144,00 aan nakosten), plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing.
Wettelijke rente
4.25.
De gevorderde wettelijke rente over de hierna toe te wijzen vergoedingen en de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
Uitvoerbaar bij voorraad
4.26.
Deze beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Dat betekent dat de beschikking meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

5.De beslissing

De kantonrechter
in het verzoek van Silverflow
5.1.
stelt Silverflow in de gelegenheid om het verzoek uiterlijk 13 mei 2026 in te trekken, door middel van een schriftelijke mededeling aan de griffier, met toezending van een kopie daarvan aan de (gemachtigde van de) wederpartij,
voor het geval Silverflow het verzoek niet binnen die termijn intrekt:
5.2.
ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen met ingang van 1 juni 2026,
5.3.
veroordeelt Silverflow om aan [verweerder] een transitievergoeding te betalen van € 14.085,90 bruto, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 juli 2026, tot aan de dag van de gehele betaling,
op het tegenverzoek van [verweerder] :
5.4.
verklaart voor recht dat geen sprake is van verwijtbaar handelen in de zin van artikel 7:669 lid 3 sub e BW Pro,
5.5.
veroordeelt Silverflow om aan [verweerder] een billijke vergoeding te betalen van € 30.000,-, te vermeerderen met de wettelijke rente te rekenen vanaf de veertiende dag na de datum van deze beschikking, tot aan de dag van de gehele betaling,
5.6.
verklaart [verweerder] niet-ontvankelijk ten aanzien van de door hem verzochte veroordeling tot het op naam stellen van aandelen als gevolg van het uitoefenen van zijn optierechten,
in het verzoek van Silverflow en het tegenverzoek van [verweerder] :
5.7.
veroordeelt Silverflow in de proceskosten van € 1.298,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Silverflow niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en de beschikking daarna wordt betekend,
5.8.
veroordeelt Silverflow tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.9.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad,
5.10.
wijst het meer of anders verzochte af,
Deze beschikking is gegeven door mr. W.J. Nomen en in het openbaar uitgesproken op 29 april 2026.

Voetnoten

1.Artikel 7:669 lid 3 BW Pro.
2.Artikel 7:669 lid 1 BW Pro.
3.Artikel 7:671b lid 9, onder a, BW.
4.Artikel 7:671b lid 9 onder c BW.
5.HR 21 januari 2022, ECLI:NL:HR:2022:63 (
6.HR 8 juni 2018, ECLI:NL:HR:2018:878 (
7.Artikel 7:686a lid 6 BW.