Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:10096

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
29 april 2026
Publicatiedatum
29 april 2026
Zaaknummer
NL26.17867
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 6:12 AwbArt. 42 Vw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet tijdig beslissen op asielaanvraag

In deze bestuursrechtelijke procedure heeft eiseres een tweede beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar asielaanvraag van 19 november 2024. Eerder had de rechtbank de minister al een beslistermijn van zestien weken opgelegd en een dwangsom verbonden aan het niet tijdig beslissen.

De rechtbank constateert dat de beslistermijn nog niet was verstreken op het moment van het tweede beroep, dat op 31 maart 2026 werd ingediend terwijl de termijn pas op 25 mei 2026 afloopt. Hierdoor is het beroep prematuur en voldoet het niet aan de ontvankelijkheidseisen.

De rechtbank verklaart het beroep daarom niet-ontvankelijk en wijst de vordering af zonder proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.

De procedure is gebaseerd op de Algemene wet bestuursrecht en de Vreemdelingenwet 2000, waarbij vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State wordt gevolgd. Eiseres wordt gewezen op de mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard omdat het te vroeg is ingediend.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.17867

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiseres,

V-nummer: [nummer],
(gemachtigde: mr. M. Pater),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Inleiding

1. In een eerdere procedure heeft deze rechtbank, zittingsplaats Groningen, het beroep van eiseres tegen het niet tijdig nemen van een besluit gegrond verklaard. De minister moest binnen een termijn van zestien weken alsnog een besluit nemen op de asielaanvraag. Daarbij heeft de rechtbank ook bepaald dat als de minister niet op tijd een besluit neemt, hij een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag dat de beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van € 15.000,-.
1.1.
Deze uitspraak gaat over het tweede beroep dat eiseres heeft ingediend, omdat de minister niet op tijd zou hebben beslist op de asielaanvraag van 19 november 2024.
1.2.
De rechtbank doet uitspraak zonder zitting. [1]

Beoordeling door de rechtbank

Is het beroep ontvankelijk en gegrond?
2. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn om op de aanvraag te beslissen is verstreken. [2] Eiseres heeft de minister met de brief van 9 maart 2026 gevraagd om alsnog binnen twee weken te beslissen. [3] Bij een tweede beroep tegen het niet tijdig beslissen op dezelfde aanvraag is een nieuwe ingebrekestelling niet nodig. [4]
3. In de uitspraak van 2 februari 2026 heeft de rechtbank de minister een beslistermijn opgelegd van zestien weken. Deze termijn verloopt op 25 mei 2026. Het tweede beroep is op 31 maart 2026 ingediend. Het beroep is te vroeg en dus prematuur ingediend en voldoet daarom niet aan de vereisten voor het indienen van een beroep tegen het niet tijdig beslissen. [5]

Conclusie en gevolgen

4. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk. De minister hoeft de proceskosten niet aan eiseres te vergoeden.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R. Tesfai, rechter, in aanwezigheid van A.S. van der Veen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Artikel 42 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).
3.Artikel 6:12, tweede lid aanhef en onder a, van de Awb.
4.Vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, zie bijvoorbeeld
5.Zoals bedoeld in artikel 6:12, tweede lid, van de Awb.