Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] ,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie en gevolgen
Beslissing
L. Kooring, griffier.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Turkse asielzoeker, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel die op 24 september 2024 werd afgewezen door verweerder. De rechtbank behandelde het beroep op 20 februari 2026 en beoordeelde of de afwijzing op goede gronden was gebaseerd.
Verweerder achtte de identiteit en werkzaamheden van eiser geloofwaardig, maar verwierp de geloofwaardigheid van de toegedichte betrokkenheid bij de Gülenbeweging. Verweerder vond dat eiser onvoldoende inspanningen had geleverd om zijn aanvraag te staven en dat zijn vrees gebaseerd was op vermoedens. De rechtbank oordeelde echter dat verweerder conform de werkinstructie WI 2024/6 heeft gehandeld en dat alle verklaringen in samenhang zijn beoordeeld.
De rechtbank stelde vast dat eiser daadwerkelijk betrokken was bij de Gülenbeweging, onder meer door zijn schoolgang, deelname aan sohbets en contacten via een vast telefoonnummer uit Ankara. Ook na zijn ontslag in 2018 bleef hij in een adviserende functie werkzaam en deelde hij gevoelige informatie met de media. Verweerder had onvoldoende gemotiveerd waarom deze betrokkenheid niet geloofwaardig zou zijn.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat verweerder binnen zes weken een nieuw besluit moet nemen, rekening houdend met deze uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens onvoldoende motivering omtrent de betrokkenheid bij de Gülenbeweging.