ECLI:NL:RBDHA:2026:10280
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroepen tegen besluiten COA wegens ontbreken beroepsgronden
De rechtbank Den Haag heeft op 1 mei 2026 uitspraak gedaan in de bestuursrechtelijke zaken tegen het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA). Eiser had beroep ingesteld tegen besluiten van het COA van 15 januari 2026. De rechtbank beoordeelde of de beroepen ontvankelijk waren.
Volgens artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de rechtbank zonder zitting uitspraak doen als de beroepen kennelijk niet-ontvankelijk zijn. De rechtbank stelde vast dat eiser in het beroepschrift geen gronden had vermeld waarop het beroep was gebaseerd. Dit is een vereiste volgens artikel 6:6 Awb Pro.
De rechtbank had eiser op 24 maart 2026 en 30 januari 2026 verzocht om binnen een week de ontbrekende gronden te herstellen, maar eiser heeft hieraan geen gehoor gegeven. Er was geen verontschuldiging voor het verzuim. Daarom verklaarde de rechtbank de beroepen niet-ontvankelijk en bleef de bestreden besluiten van het COA in stand. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De beroepen tegen de besluiten van het COA zijn niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden en het niet tijdig herstellen daarvan.