ECLI:NL:RBDHA:2026:10287
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- O. El Kadi
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Oegandese eiser wegens ongeloofwaardigheid en kennelijke ongegrondheid
Eiser, een Oegandese nationaliteit dragende man van de Muganda bevolkingsgroep, diende op 15 september 2022 een asielaanvraag in. Hij stelde dat hij vanwege zijn politieke opvattingen en detentie in Oeganda vreest voor vervolging bij terugkeer. De minister wees de aanvraag op 24 februari 2025 af als kennelijk ongegrond. Eiser stelde dat de geloofwaardigheidsbeoordeling volgens de Werkinstructie 2024/6 in strijd is met het Unierecht en dat zijn detentie en politieke betrokkenheid ten onrechte ongeloofwaardig werden geacht.
De rechtbank oordeelt dat de minister terecht de geloofwaardigheid van eisers detentie en de daaraan gerelateerde problemen heeft betwijfeld, mede vanwege inconsistenties in zijn verklaringen, het ontbreken van objectief bewijs en onvoldoende onderbouwing van het causale verband tussen zijn politieke activiteiten en detentie. Ook is vastgesteld dat eiser zijn asielaanvraag niet onverwijld heeft ingediend zonder afdoende verklaring.
Verder concludeert de rechtbank dat eiser geen gegronde vrees voor vervolging of reëel risico op ernstige schade bij terugkeer heeft aangetoond. De afwijzing als kennelijk ongegrond en het opleggen van een inreisverbod zijn daarmee terecht. Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag als kennelijk ongegrond met oplegging van een inreisverbod.