ECLI:NL:RBDHA:2026:10301
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen voortduren maatregel van bewaring in vreemdelingenrecht ongegrond verklaard
De minister van Asiel en Migratie heeft op 6 maart 2026 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding. De rechtbank had deze maatregel reeds eerder getoetst in een uitspraak van 20 maart 2026, waarbij de maatregel tot dat moment rechtmatig werd bevonden.
Bij de beoordeling van het voortduren van de maatregel sinds 17 maart 2026 stelt de rechtbank vast dat er geen zicht ontbreekt op uitzetting naar Algerije. Hoewel het lp-traject pas recent is gestart en nog in behandeling is bij de Algerijnse autoriteiten, is er geen aanwijzing dat dit traject niet zal worden voortgezet. Eiser heeft bovendien onvoldoende stappen ondernomen om het traject te bespoedigen.
De rechtbank ziet geen grond om te oordelen dat de maatregel onrechtmatig is toegepast of ten uitvoer gelegd. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.