ECLI:NL:RBDHA:2026:10309
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen voortduren maatregel van bewaring vreemdeling
De minister van Asiel en Migratie heeft op 14 januari 2026 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Eiser heeft tegen het voortduren van deze maatregel beroep ingesteld en tevens een verzoek om schadevergoeding gedaan. De rechtbank heeft de maatregel reeds eerder getoetst en verklaarde deze toen rechtmatig.
In dit vervolgberoep heeft de rechtbank het onderzoek gesloten zonder zitting. De rechtbank overweegt dat sinds de laatste toetsing op 17 februari 2026 geen nieuwe omstandigheden zijn aangevoerd die het voortduren van de maatregel onrechtmatig maken. De minister heeft meerdere malen contact gezocht met de Marokkaanse autoriteiten en een vertrekgesprek met eiser heeft plaatsgevonden, waaruit blijkt dat eiser zelf geen stappen onderneemt om zijn terugkeer te bespoedigen.
Eiser stelde dat de minister onvoldoende voortvarend te werk gaat en dat een lichter middel, zoals een meldplicht, had moeten worden toegepast. De rechtbank oordeelt dat er sprake is van een onttrekkingsrisico en dat eiser geen concrete feiten heeft aangevoerd die een lichter middel rechtvaardigen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.