ECLI:NL:RBDHA:2026:10363
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek toelating wettelijke schuldsaneringsregeling met toepassing hardheidsclausule
De rechtbank Den Haag behandelde op 9 maart 2026 het verzoek van verzoeker om toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP) vanwege een problematische schuldensituatie. Verzoeker werd bijgestaan door zijn vader, een schuldhulpverlener en een beschermingsbewindvoerder. De rechtbank beoordeelde of verzoeker te goeder trouw was bij het ontstaan van de schulden en of hij aan de verplichtingen van de WSNP zou voldoen.
Hoewel twijfel bestond over de goede trouw vanwege persoonlijke en verslavingsproblematiek, oordeelde de rechtbank dat deze problematiek onder controle is, de zelfstandige activiteiten die tot schulden leidden zijn gestopt en de financiële situatie stabiel is. Daarom werd met toepassing van de hardheidsclausule van artikel 288 lid 3 Faillissementswet Pro verzoeker toegelaten tot de WSNP.
De rechtbank stelde tevens een eerdere ingangsdatum van de WSNP vast op 16 juli 2025, de datum van de eerste aflossing in het minnelijk traject, conform jurisprudentie. De regeling duurt achttien maanden, met een postblokkade van dertien maanden. De rechtbank benoemde een rechter-commissaris en bewindvoerder en bepaalde dat alle gelegde beslagen vervallen. De beslissing werd op 23 maart 2026 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Verzoeker wordt toegelaten tot de WSNP met toepassing van de hardheidsclausule en een eerdere ingangsdatum van 16 juli 2025.