Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:10363

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
23 maart 2026
Publicatiedatum
1 mei 2026
Zaaknummer
NL:TZ:2603144:R-RK
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 285 FaillissementswetArt. 288 lid 3 Faillissementswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek toelating wettelijke schuldsaneringsregeling met toepassing hardheidsclausule

De rechtbank Den Haag behandelde op 9 maart 2026 het verzoek van verzoeker om toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP) vanwege een problematische schuldensituatie. Verzoeker werd bijgestaan door zijn vader, een schuldhulpverlener en een beschermingsbewindvoerder. De rechtbank beoordeelde of verzoeker te goeder trouw was bij het ontstaan van de schulden en of hij aan de verplichtingen van de WSNP zou voldoen.

Hoewel twijfel bestond over de goede trouw vanwege persoonlijke en verslavingsproblematiek, oordeelde de rechtbank dat deze problematiek onder controle is, de zelfstandige activiteiten die tot schulden leidden zijn gestopt en de financiële situatie stabiel is. Daarom werd met toepassing van de hardheidsclausule van artikel 288 lid 3 Faillissementswet Pro verzoeker toegelaten tot de WSNP.

De rechtbank stelde tevens een eerdere ingangsdatum van de WSNP vast op 16 juli 2025, de datum van de eerste aflossing in het minnelijk traject, conform jurisprudentie. De regeling duurt achttien maanden, met een postblokkade van dertien maanden. De rechtbank benoemde een rechter-commissaris en bewindvoerder en bepaalde dat alle gelegde beslagen vervallen. De beslissing werd op 23 maart 2026 in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Verzoeker wordt toegelaten tot de WSNP met toepassing van de hardheidsclausule en een eerdere ingangsdatum van 16 juli 2025.

Uitspraak

vonnis
RECHTBANKDEN HAAG
Team Toezicht
insolventienummer: NL:TZ:2603144:R-RK
vonnis van 23 maart 2026
op het verzoek van:
[verzoeker],
wonende te [woonplaats].
Waar deze zaak over gaat
[verzoeker] bevindt zich in een problematische schuldensituatie. Om tot een oplossing voor zijn schulden te komen heeft [verzoeker] een verzoek gedaan te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). Dit verzoek wordt toegewezen. De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist.

1.De procedure

1.1.
[verzoeker] heeft een verzoek ingediend om te worden toegelaten tot de WSNP.
1.2.
Het verzoek is behandeld op de zitting van 9 maart 2026. Met de uitnodiging voor deze zitting is aan [verzoeker] een WSNP-informatieboekje meegezonden. Op de zitting verschenen:
- [verzoeker], vergezeld van [naam 1], vader,
- [naam 2], schuldhulpverlener,
- [naam 3], beschermingsbewindvoerder.

2.De beoordeling van het verzoek

Toelating tot de WSNP

2.1.
[verzoeker] kan alleen worden toegelaten tot de WSNP als hij zich in een problematische schuldensituatie bevindt en hij te goeder trouw was bij het ontstaan en onbetaald laten van zijn schulden. De rechtbank kijkt daarbij vooral naar de afgelopen drie jaar. Ook moet de verwachting bestaan dat [verzoeker] aan de verplichtingen van de WSNP zal voldoen. Daarnaast beoordeelt de rechtbank of er aanleiding is een eerdere ingangsdatum van de WSNP te bepalen.
2.2.
Hardheidsclausule
[verzoeker] heeft een beroep gedaan op de hardheidsclausule omdat er schulden zijn ontstaan als gevolg van persoonlijke en verslavingsproblematiek. Ten aanzien van het ontstaan van een deel van de schulden kan betwijfeld worden of [verzoeker] te goeder trouw is geweest. De rechtbank gaat hier evenwel aan voorbij nu ter zitting is gebleken dat de problematiek onder controle is, de schulden (hoofdzakelijk) zijn voortgekomen uit de zelfstandige activiteiten van [verzoeker] en deze activiteiten inmiddels zijn beëindigd. [verzoeker] ontvangt thans een PW-uitkering, verricht werkzaamheden met behoud van zijn uitkering, is bereid zo mogelijk werkzaamheden in loondienst te gaan verrichten. De financiële situatie is stabiel. Daarmee is afdoende gebleken dat de omstandigheden die tot het ontstaan van de schulden hebben geleid onder controle zijn. Nu overigens niet is gebleken van feiten en omstandigheden die daaraan in de weg kunnen staan, zal de rechtbank met toepassing van de ‘hardheidsclausule’ van artikel 288 lid 3 van Pro de Faillissementswet [verzoeker] toelaten tot de schuldsaneringsregeling.
2.3.
De verplichtingen waaraan [verzoeker] tijdens de WSNP moet voldoen staan in het WSNP-informatieboekje beschreven. Samengevat komt dit neer op: een informatieverplichting, een inspanningsverplichting, een verplichting geen nieuwe schulden te laten ontstaan en een afdrachtverplichting.
2.4.
De wet schrijft voor dat de eerste dertien maanden van het traject een postblokkade geldt. Deze postblokkade geldt gedurende de materiële looptijd van de schuldsaneringsregeling. Als de schuldsaneringsregeling eerder eindigt, stopt de postblokkade. Gedurende deze periode zal alle post naar de bewindvoerder gaan. De bewindvoerder stuurt de post na controle weer door aan [verzoeker].
2.5.
Het WSNP-traject duurt in principe achttien maanden. Als [verzoeker] zich gedurende die periode houdt aan alle verplichtingen die de WSNP met zich brengt, eindigt het traject na verloop van die achttien maanden met de zogenoemde “schone lei”. Dit betekent dat schuldeisers hun vorderingen ten aanzien waarvan de WSNP werkt niet meer op [verzoeker] kunnen verhalen.
Ingangsdatum termijn van de WSNP
2.6.
Een termijn van een wettelijke schuldsaneringsregeling kan ook beginnen te lopen vanaf de dag waarop de eerste aflossing is gedaan in het kader van de buitengerechtelijke schuldregeling als bedoeld in artikel 285, eerste lid, onder f Fw. Het moet gaan om een eerste aflossing tijdens ‘het minnelijk traject van schuldhulpverlening’ (HR 20 december 2024, ECLI:NL:HR:2024:1913). Vanaf dat moment moet de schuldenaar maximaal aflossen op zijn schulden. Daarnaast moet hij zich in de verzochte periode maximaal inspannen om zoveel mogelijk baten voor de schuldeisers te verwerven.
2.7.
[verzoeker] verzoekt de ingangsdatum van de termijn van de WSNP te bepalen op 16 juli 2025.
2.8.
De rechtbank zal het verzoek om een eerdere ingangsdatum te bepalen toewijzen. Als uitgangspunt voor aanvang van het minnelijk traject hanteert de rechtbank het moment waarop de schuldhulpverlener de afloscapaciteit heeft vastgesteld aan de hand van een eerste correcte berekening van het Vrij te laten bedrag (de Vtlb-berekening): zie in dit verband onder meer Rechtbank Den Haag, 10 april 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:5966. Dit geldt ook ingeval van ontbrekende afdrachtcapaciteit. De schuldhulpovereenkomst dateert van 15 juli 2025. De vtlb-berekening is vastgesteld op 7 juli 2025. De eerste aflossing dateert van 16 juli 2025. Op basis van de normen die gelden voor de berekening van het Vtlb is terecht vastgesteld dat het ontbreekt aan afloscapaciteit. [verzoeker] heeft zich voldoende ingespannen om zoveel mogelijk baten voor de schuldeisers te verwerven.
De rechtbank zal bepalen dat de termijn van de WSNP vanaf 16 juli 2025 begint te lopen.

3.De beslissing

De rechtbank:
- spreekt de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:
[verzoeker],
geboren op [geboortedatum] 1985 te [geboorteplaats],
wonende te [adres 1],
voorheen handelend onder de naam [handelsnaam],
ingeschreven bij de Kamer van koophandel onder [nummer],
gevestigd te [vestigingsplaats], [adres 2],
met nevenvestiging te [adres 3];
- stelt de termijn van deze regeling vast op achttien maanden, te rekenen vanaf 16 juli 2025;
- stelt vast dat door deze uitspraak alle gelegde beslagen komen te vervallen;
- benoemt tot rechter-commissaris mr. D. de Loor en tot bewindvoerder:
E.A. de Snoo (Advocatenkantoor Loeff),
Postbus 136
2990 AC Barendrecht;
- geeft de bewindvoerder opdracht om de komende dertien maanden, of zoveel eerder als de schuldsaneringsregeling eindigt, de post van [verzoeker] in te zien;
- bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag nemen volgens het Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Dit kan alleen:
o zolang de schuldsaneringsregeling loopt en
o voor zover de boedel toereikend is.
Dit is de beslissing van mr. D. de Loor, rechter, in samenwerking met F.J. Knaap L.L.B., griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 23 maart 2026.
Wat kunt u doen als u het niet eens bent met de eerdere ingangsdatum?
Mocht uw verzoek om een eerdere ingangsdatum niet of niet volledig zijn toegewezen, dan kunt u gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen. Dat kan door een advocaat een verzoekschrift in te laten dienen bij de griffie van het gerechtshof in Den Haag.