Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:10382

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
30 april 2026
Publicatiedatum
1 mei 2026
Zaaknummer
NL25.33771 en NL25.33787
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 AwbArt. 20 VWEU
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening tegen intrekking verblijfsrecht en verblijfsvergunning

Verzoeksters hebben bezwaar gemaakt tegen besluiten van de minister van Asiel en Migratie waarin hun verblijfsrecht als burger van de Unie en hun verblijfsvergunning als familie- of gezinslid werden ingetrokken. Deze bezwaren zijn door de minister ongegrond verklaard. Vervolgens hebben verzoeksters beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd bij de voorzieningenrechter.

De voorzieningenrechter heeft zonder zitting uitspraak gedaan en overweegt dat de rechtbank reeds op dezelfde dag uitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak betreffende de beroepen van verzoeksters. Hierdoor zijn voorlopige voorzieningen niet langer noodzakelijk.

Op grond hiervan wijst de voorzieningenrechter de verzoeken om voorlopige voorzieningen af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de intrekking van het verblijfsrecht en de verblijfsvergunning wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummers: NL25.33771 en NL25.33787

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoekster 1] , verzoekster 1 V-nummer: [V-nummer 1]

[verzoekster 2] , verzoekster 2 V-nummer: [V-nummer 2] samen: verzoeksters

(gemachtigde: mr. R. Deniz),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 30 juni 2025 (het bestreden besluit 1) heeft verweerder het bezwaar van verzoekster 1 tegen het intrekken van haar verblijfsrecht als burger van de Unie als bedoeld in artikel 20 van Pro het VWEU [1] en het arrest Chavez-Vilchez ongegrond verklaard.
Bij besluit van 30 juni 2025 (het bestreden besluit 2) heeft verweerder het bezwaar van verzoekster tegen de intrekking van haar verblijfsvergunning voor het doel ‘Verblijf als familie- of gezinslid bij verzoekster 1 ongegrond verklaard.
Verzoeksters hebben tegen de bestreden besluite beroep ingesteld. Ook hebben zij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Overwegingen

Bij uitspraak van vandaag, zaaknummers NL25.33769 en NL25.33782, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op de beroepen van verzoeksters. De voorlopige voorzieningen zijn daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om die reden af.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om voorlopige voorzieningen af.
Deze uitspraak is gedaan op 30 april 2026 door mr. J.F.I. Sinack, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. Y. Chakur, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Verdrag van de Werking van de Europese Unie.