Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De bewijsbeslissing
hij op meerdere tijdstippen in de periode van 15 augustus 2021 t/m 7 februari 2023 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, (telkens) om een feit, bedoeld in het vierde en/of het vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet voor te bereiden en/of te bevorderen, te weten
- het opzettelijk binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen van (een) hoeveelheid/hoeveelheden van een materiaal bevattende cocaïne en/of heroïne en/of MDMA en/of amfetamine, althans (telkens) een middel als bedoeld op lijst I van de Opiumwet en/of
- het opzettelijk bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren van (een) hoeveelheid/hoeveelheden van een materiaal bevattende cocaïne en/of heroïne en/of MDMA en/of amfetamine, althans (telkens) een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I,
(telkens) een ander heeft getracht te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen, mede te plegen en/of uit te lokken, om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen en/of
(telkens) zich of één of meer anderen gelegenheid en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(en) heeft getracht te verschaffen,
immers heeft/hebben verdachte en/of één of meer anderen:
- met een of meer anderen (meermalen) besprekingen gevoerd over de invoer / uitvoer en/of het vervoer van verdovende middelen en/of van grondstoffen voor het produceren van verdovende middelen, naar / van Nederland en/of het uithalen van verdovende middelen,
- met een of meer anderen (meermalen) gesprekken gevoerd over de beschikbaarheid en/of prijs en/of (de wijze van) transport van verdovende middelen en/of (van) grondstoffen voor het produceren van verdovende middelen,
- met een of meer anderen (meermalen) gesprekken gevoerd over de productie en/of het verwerkingsproces van verdovende middelen en
(een) voorwerp(en) voorhanden gehad waarvan verdachte en/of zijn mededaders wist of ernstige reden had(den) te vermoeden dat die/dat voorwerp(en) bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en), te weten: een of meer telefoons;
hij in de periode van 26 augustus 2021 t/m 22 februari 2022 in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander meermalen, telkens zonder erkenning in de uitoefening van een bedrijf heeft onderhandeld over de aankoop
enverkoop van vuurwapens van de categorie II en III van de Wet wapens en munitie, te weten een
machinegeweer(merk Ceska Zbrojovska) en Glocks, terwijl hij daar een beroep van heeft gemaakt;
4.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De strafoplegging
7.De inbeslaggenomen voorwerpen
8.De toepasselijke wetsartikelen
9.De beslissing
gevangenisstrafvoor de duur van
VIER (4) JAREN;
ÉÉN (1) JAAR,
niet zal worden tenuitvoergelegdonder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op
twee jarenvastgestelde
proeftijdniet schuldig maakt aan een strafbaar feit;