Eiseres, een Marokkaanse vrouw van 61 jaar, verzocht om een visum kort verblijf om haar in Nederland wonende echtgenoot te bezoeken. De minister van Asiel en Migratie wees de aanvraag af wegens onvoldoende aantoonbare sociale en economische binding met Marokko en twijfel over haar terugkeer.
Eiseres voerde aan dat zij wel degelijk sociale en economische bindingen heeft, waaronder eigendom van een woning en een substantieel banksaldo, en dat het besluit onevenredig is omdat zij haar echtgenoot anders niet kan bezoeken. Tevens stelde zij dat zij onterecht niet is gehoord en dat het toetsingskader discriminatoir is.
De rechtbank oordeelde dat de minister terecht een ruime beoordelingsruimte heeft en dat eiseres onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij tijdig zal terugkeren. Wel stelde de rechtbank vast dat het besluit ondeugdelijk is gemotiveerd, mede doordat de minister niet op zitting verscheen en geen verweerschrift indiende.
Daarom vernietigt de rechtbank het bestreden besluit en draagt de minister op een nieuw besluit te nemen, waarbij ook de evenredigheid en het horen van eiseres betrokken moeten worden. Tevens wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.