ECLI:NL:RBDHA:2019:7817
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke vernietiging afwijzing visum kort verblijf wegens onvoldoende motivering sociale en economische binding
Eiseres had een visum kort verblijf aangevraagd voor familiebezoek aan haar volle nicht, maar haar aanvraag werd door verweerder afgewezen wegens onvoldoende aantoonbare sociale en economische binding met Iran en twijfel over haar terugkeerintentie.
De rechtbank oordeelt dat het enkele feit dat eiseres alleenstaand is en geen zorgtaken heeft, onvoldoende is om sociale binding te ontkennen. Verweerder gaf geen bijkomende omstandigheden ter onderbouwing van zijn standpunt. Ook de economische binding werd onvoldoende gemotiveerd afgewezen, ondanks dat eiseres een pensioen ontvangt en over spaargelden beschikt.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en beveelt verweerder binnen zes weken een nieuw besluit te nemen, waarbij de rechtbank tevens verweerder veroordeelt tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Er is geen aanleiding voor een bestuurlijke lus of het in stand laten van de rechtsgevolgen.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de afwijzing van het visum en beveelt een nieuw besluit met vergoeding van proceskosten.