ECLI:NL:RBDHA:2026:10434
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening Frankrijk
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Frankrijk volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn aanvraag.
De rechtbank heeft het beroep op 21 april 2026 behandeld en beoordeelt dat de minister terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Frankrijk. Eiser heeft onvoldoende concrete aanwijzingen geleverd dat hij bij overdracht aan Frankrijk een reëel risico loopt op een behandeling die in strijd is met artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 van Pro het Handvest, ondanks zijn eerdere negatieve ervaringen en verwijzingen naar het AIDA-rapport 2024.
Ook het beroep op het arrest C.K. over medische kwetsbaarheid en het arrest Tarakhel over bijzondere kwetsbaarheid faalt, omdat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij zonder aanvullende garanties geen adequate zorg en opvang in Frankrijk zal ontvangen. De rechtbank concludeert dat het beroep ongegrond is en het besluit van de minister in stand blijft.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van zijn asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit van de minister blijft in stand.