ECLI:NL:RVS:2025:3623
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing asielaanvragen en afwijzing voorlopige voorziening
Appellanten hebben bij besluiten van 18 april 2025 verzocht om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, maar deze aanvragen zijn door de minister van Asiel en Migratie niet in behandeling genomen. Hiertegen hebben zij beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die op 7 juli 2025 de beroepen ongegrond verklaarde.
Appellanten gingen vervolgens in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzochten tevens om een voorlopige voorziening. De Afdeling oordeelt dat het hoger beroep geen nieuwe rechtsvragen bevat die afwijken van eerdere uitspraken, met name de uitspraak van 30 augustus 2024 over opvangvoorzieningen in Frankrijk voor Dublinclaimanten.
De Afdeling bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter C.M. Wissels op 31 juli 2025.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.