ECLI:NL:RBDHA:2026:10457
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening
Eiser, van Libische nationaliteit, verzoekt de rechtbank om het besluit van de minister van Asiel en Migratie te vernietigen waarbij zijn asielaanvraag niet in behandeling is genomen omdat Duitsland verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening.
Eiser voert aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet kan worden toegepast vanwege ernstige tekortkomingen in de Duitse asielprocedure, onderbouwd met het AIDA-rapport en persoonlijke omstandigheden zoals mishandeling en gebrek aan rechtsbijstand.
De rechtbank overweegt dat het AIDA-rapport geen nieuwe feiten bevat die afwijken van eerdere jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Het interstatelijk vertrouwensbeginsel blijft van toepassing, en eiser heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat Duitsland zijn verplichtingen niet nakomt.
Ook is onvoldoende gebleken dat de minister zijn discretionaire bevoegdheid had moeten inzetten om de aanvraag toch in behandeling te nemen. Het beroep wordt daarom kennelijk ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt kennelijk ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.