ECLI:NL:RBDHA:2026:10467
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet in behandeling nemen verblijfsvergunning asiel wegens Dublin-verantwoordelijkheid Duitsland
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om haar aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland verantwoordelijk is volgens de Dublin-verordening.
De rechtbank heeft het beroep op 21 april 2026 behandeld, waarbij eiseres niet is verschenen en haar gemachtigde zich had afgemeld. De minister heeft de rechtbank bericht dat eiseres op 7 april 2026 met onbekende bestemming is vertrokken en geen contact meer onderhoudt met haar gemachtigde.
De rechtbank volgt vaste rechtspraak dat bij vertrek met onbekende bestemming zonder contact aan te geven, wordt aangenomen dat de vreemdeling geen prijs meer stelt op bescherming in Nederland. Omdat eiseres niet is verschenen en geen contact onderhoudt, ontbreekt het aan procesbelang.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en beoordeelt zij de zaak niet inhoudelijk. Eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter P.J. Blok op 28 april 2026.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang omdat eiseres met onbekende bestemming is vertrokken en geen prijs meer stelt op bescherming in Nederland.