Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] ,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
- Van 6 tot en met 9 oktober 2014 nam ik in [plaats 1] deel aan de protesten tegen de aanvallen op [naam 2] .
- Op 23 mei 2015 was ik aanwezig bij de HDP -bijeenkomst in [plaats 1] .
- Op 8 juni 2015 nam ik deel aan de HDP -verkiezingsbijeenkomst in [plaats 2] .
- Op 10 oktober 2015 liep ik mee in [plaats 2] tijdens de herdenkingsmars van de bomaanslag bij het station van Ankara.
- Op 29 november 2015 nam ik deel aan de begrafenis van [naam 1] in [plaats 2] .
- Op 26 januari 2016 vierde ik in [plaats 2] de overwinning van [naam 2] .
- In de periode januari – maart 2016 nam ik voortdurend deel aan protesten in [plaats 2] tegen de oorlog in Sur en aan steunacties voor de getroffen bevolking.
- Op 2 maart 2017 gaf ik aan de Universiteit van [locatie] een partij-voorlichting.
- Op 23 juni 2018 was ik aanwezig bij de HDP -bijeenkomst.
- Op 17 september 2019 nam ik deel aan een HDP -persverklaring in [plaats 1] .
- Op 1 september 2020 liep ik in [plaats 1] mee met de HDP -vredesketen.
- Op 17 juni 2021 nam ik in [plaats 1] deel aan de herdenking van de aanval op het partijgebouw.
- Op 17 juni 2022 liep ik in [plaats 1] mee in de mars naar aanleiding van de moord op [naam 3] .
- Op 9 oktober 2022 nam ik in [plaats 1] deel aan de “ [bijeenkomst] ”-bijeenkomst.
- Op 18 december 2022 liep ik mee in de HDP -demonstratie tegen de isolatie.
- Daarnaast was ik bijna bij alle [vieringen] -vieringen actief als medewerker bij de organisatie en deed ik bij alle verkiezingen dienst als waarnemer (müşahit).”
“het plaatsen, delen en liken van DEM -gezinde berichten op de sociale media;
het deelnemen aan demonstraties (bijvoorbeeld tegen de benoeming van bewindvoerders);
het geven of bijwonen van persverklaringen;
het sturen van geld naar gevangengezette familieleden (dit laatste kon worden beschouwd als het financieel steunen van de PKK).” [7]
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- draagt de minister op binnen twaalf weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak;
- veroordeelt de minister in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.868,-.