Uitspraak
Beschikking op het op 22 januari 2025 ingekomen verzoek van:
[de man] ,
de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente ’s-Gravenhage,
[de moeder] ,
Procedure
- het verzoekschrift, ingekomen op 22 januari 2025;
- het bericht van 18 februari 2025, met bijlage, van de zijde van de man;
- de brief van 11 juli 2025 van de zijde van de moeder;
- het bericht van 15 juli 2025 van de zijde van de man;
- de brief van 30 juli 2025 van de zijde van de ambtenaar;
- de ‘akte uitlaten’ van 28 augustus 2025 van de zijde van de moeder;
- de brief van 11 september 2025 van de zijde van de man;
- de brief van 8 oktober 2025 van de zijde van de ambtenaar;
- de eindrapportage van Cardea van 17 december 2025;
- het verweerschrift met een zelfstandig verzoek van de zijde van de moeder, ingekomen op 19 februari 2026.
- de man, bijgestaan door zijn advocaat en een tolk, mevrouw M. Ates;
- mevrouw [naam] met een collega namens de ambtenaar;
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat en een tolk, mevrouw T.V. Kramer.
Feiten
Verzoek en verweer
Beoordeling
BeslissingDe rechtbank:
voorlopigbij de man zal verblijven iedere woensdag na school tot 18.00 uur en iedere zaterdag van 10.00 uur tot 18.00 uur;
voorlopigtwee keer per jaar met [de minderjarige] op vakantie mag gaan: in de zomervakantie maximaal drie weken en een week in een andere vakantie, en dat als de moeder niet met [de minderjarige] op vakantie is, de reguliere regeling in de vakanties zal doorlopen;
voorlopigin de vakanties (voor zover de moeder niet met [de minderjarige] op vakantie is) recht heeft op een derde dag omgang in de week van 10.00 uur tot 18.00 uur, in onderling overleg vast te stellen;
ten aanzien van de gerechtelijke vaststelling ouderschap, de naamskeuze, het gezag en de definitieve zorgregeling c.q. omgangsregelingpro forma aan tot
15 mei 2026.