ECLI:NL:RBDHA:2026:10836
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning schadevergoeding wegens onrechtmatige voortzetting bewaring na Chavez-aanvraag
Eiser werd op 18 januari 2026 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel werd op 25 maart 2026 opgeheven, maar eiser stelde op diezelfde dag beroep in tegen het voortduren van de bewaring en vorderde schadevergoeding.
De rechtbank stelde vast dat de bewaring tot 28 januari 2026 rechtmatig was, maar dat de voortzetting daarna onrechtmatig was vanaf 23 maart 2026, de datum waarop eiser een aanvraag tot toetsing aan het EU-recht (Chavez-aanvraag) indiende. Hoewel de aanvraag niet volgens de voorgeschreven procedure was ingediend, was deze toch rechtsgeldig.
De rechtbank kende een schadevergoeding toe voor drie dagen onrechtmatige bewaring, maar matigde het bedrag met 50% vanwege nalatigheid van eiser en zijn gemachtigde. Daarnaast werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van eiser. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: De bewaring was onrechtmatig voortgezet vanaf 23 maart 2026 en eiser krijgt een schadevergoeding van €180 toegekend.