Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:10841

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
13 april 2026
Publicatiedatum
7 mei 2026
Zaaknummer
NL26.3219
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep gegrond: onvoldoende motivering afwijzing asiel wegens afvalligheid islam in Syrië

Eiser, een Syrische nationaliteit dragende man geboren in 2001, verliet Syrië in 2021 vanwege oorlog en militaire dienstplicht. Hij vreesde bij terugkeer gerekruteerd te worden door de PKK en vervolging vanwege zijn afvalligheid van de islam. De minister wees zijn asielaanvraag af op 16 januari 2026, stellende dat eiser geen gegronde vrees voor vervolging had, mede omdat hij zijn afvalligheid slechts in besloten kring zou uiten en [plaats] een vrijzinnige regio zou zijn.

De rechtbank oordeelt dat de minister ten onrechte aannam dat eiser zijn afvalligheid alleen in besloten kring uit en onvoldoende onderbouwde dat [plaats] een vrijzinnige plaats is. Tevens werd onvoldoende ingegaan op door eiser aangevoerde bronnen, waaronder een bedreigende berichtwisseling van een familielid en rapporten over de situatie van afvalligen in Syrië. De minister heeft ook niet adequaat gemotiveerd waarom het risico op willekeurig geweld relatief laag zou zijn.

De rechtbank vernietigt het bestreden besluit wegens motiveringsgebrek en draagt de minister op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de overwegingen in deze uitspraak. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot betaling van proceskosten van €1.868,- aan eiser. De rechtbank ziet geen aanleiding tot toepassing van een bestuurlijke lus of zelfvoorziening in de zaak.

Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens onvoldoende motivering over het vervolgingsrisico vanwege afvalligheid van de islam.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.3219

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , V-nummer: [v-nummer] , eiser

(gemachtigde: mr. M.S. Nizamoeddin),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag. Eiser heeft op 9 februari 2024 een aanvraag voor het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder heeft met het bestreden besluit van 16 januari 2026 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als ongegrond.
1.1.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
1.2.
Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.3.
De rechtbank heeft het beroep op 31 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, mr. M.J.A. Bakker als waarnemer van de gemachtigde van eiser, en M. Fayez als tolk.

Beoordeling door de rechtbank

Waar gaat deze zaak over?
Het asielrelaas
2. Eiser is geboren op [geboortedatum] 2001 en heeft de Syrische nationaliteit. In 2021 heeft eiser Syrië verlaten vanwege de oorlog en de militaire dienstplicht. Sindsdien is de situatie in Syrië gewijzigd. Bij terugkeer naar Syrië vreest eiser nu gerekruteerd te worden door de PKK. Ook vreest eiser voor het huidige Syrische regime en de Syrische maatschappij omdat hij niet meer gelooft in de islam.
Het bestreden besluit
3. Verweerder vindt de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser geloofwaardig. Ook vindt verweerder eisers afvalligheid van de islam geloofwaardig. Volgens verweerder heeft eiser bij terugkeer naar Syrië echter geen gegronde vrees voor vervolging vanwege zijn afvalligheid. Uit eisers verklaringen volgt dat hij zijn afvalligheid vooral wil uiten binnen zijn directe kring en dat hij niet langer wil deelnemen aan verplichte islamitische rituelen en zich niet langer wil houden aan islamitische voorschriften. Verweerder concludeert dat het aannemelijk is dat eiser er in [plaats] , waar hij de laatste jaren in Syrië heeft verbleven, mee weg kan komen zich in besloten kring over zijn afvalligheid te uiten. Ook volgt uit het Algemeen Ambtsbericht over Syrië uit mei 2025 dat er geen concrete voorbeelden zijn van atheïsten en afvalligen van de islam die na de machtsovername problemen ondervonden. Verweerder vindt ook eisers vrees voor rekrutering door de PKK niet aannemelijk. Tot slot loopt eiser volgens verweerder bij terugkeer naar Syrië geen reëel risico op ernstige schade.
Wat vindt eiser in beroep?
4. Verweerder overweegt ten onrechte dat eiser zijn afvalligheid van de islam alleen in zijn directe kring wil uiten. In het nader gehoor heeft eiser verklaard dat hij zijn overtuigingen in het openbaar gaat uiten. Door te eisen dat eiser zijn gedachten enkel in besloten kring uit, verwacht verweerder ten onrechte terughoudendheid van hem. Ook heeft verweerder zijn stelling dat [plaats] één van de meest vrijzinnige plaatsen in Syrië is, niet nader onderbouwd. In de beschikking is verweerder verder ten onrechte niet ingegaan op het in de zienswijze aangehaalde rapport van Freedom House. [1] Ook uit overige landeninformatie blijkt dat verweerder ten onrechte heeft overwogen dat eiser geen gevaar zal lopen vanwege zijn afvalligheid. [2] Tot slot meent eiser dat verweerder ondeugdelijk heeft gemotiveerd dat in Syrië sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld. [3]
Wat is het oordeel van de rechtbank?
5. De rechtbank is van oordeel dat het beroep gegrond is. Zij licht hierna toe hoe zij tot dit oordeel gekomen is.
6. Eiser heeft in zijn beroepsgronden gewezen op verschillende bronnen waaruit volgt dat afvalligheid van de islam tot een sociaal stigma leidt en mogelijk ook tot bedreigingen of geweld vanuit de Syrische maatschappij. Daarnaast heeft eiser in beroep een berichtwisseling tussen zijn moeder en haar broer overgelegd, waaruit volgens eiser volgt dat in Syrië bekend is dat hij afvallig is. Eiser heeft ook vertalingen van geluidsfragmenten overgelegd, waarin zijn oom onder andere over eiser zegt: “En als ik hem zie, dan slacht ik hem af. En hopelijk komt hij naar Syrië.” In het verweerschrift heeft verweerder alleen een standpunt ingenomen over de algemene veiligheidssituatie in Syrië, maar is hij niet ingegaan op de door eiser aangehaalde bronnen en de berichten van eisers oom. Verweerder is ook niet verschenen op zitting. Verder heeft verweerder in het bestreden besluit ook onvoldoende onderbouwd dat [plaats] van oudsher één van de meest vrijzinnige plaatsen in Syrië is en dat dit nog steeds het geval is. Verweerder heeft ter onderbouwing hiervan verwezen naar Wikitravel en Wikipedia, maar deze bronnen bieden hiervoor naar het oordeel van de rechtbank – gezien hun aard – onvoldoende onderbouwing. Ook heeft verweerder verwezen naar een artikel van New Lines Magazine, maar dit artikel dateert van november 2022 en kan daarmee niet dienen ter onderbouwing van de huidige situatie in [plaats] .
7. Op grond van wat is overwogen onder 6. is de rechtbank van oordeel dat verweerder niet goed genoeg gemotiveerd heeft dat eiser bij terugkeer naar Syrië, en specifiek naar [plaats] , geen gegronde vrees heeft voor vervolging vanuit de Syrische maatschappij vanwege zijn afvalligheid van de islam. Omdat het beroep daarom al gegrond is, komt de rechtbank niet toe aan de bespreking van de beroepsgronden die zien op het niveau van willekeurig geweld in Syrië.

Conclusie en gevolgen

8. Het beroep is gegrond. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit, omdat sprake is van een motiveringsgebrek. De rechtbank ziet geen aanleiding om de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand te laten of zelf in de zaak te voorzien. Ook ziet de rechtbank geen aanleiding om een bestuurlijke lus toe te passen. Verweerder zal een nieuw besluit op eisers aanvraag moeten nemen en daarbij rekening moeten houden met de overwegingen van deze uitspraak.
9. Omdat het beroep gegrond is, krijgt eiser een vergoeding van zijn proceskosten. Deze kosten worden op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht vastgesteld op
€ 1.868,-. [4]

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep gegrond;
  • vernietigt het bestreden besluit;
  • draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak;
  • veroordeelt verweerder tot betaling van € 1.868,- aan proceskosten aan eiser.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. van Dokkum, rechter, in aanwezigheid van mr. M.C. Bakker, griffier.
De beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Freedom in the World 2025, Syria, freedomhouse.org.
2.Eiser verwijst hierbij naar: ‘State Neutrality Towards Religious Practice in Syria: Results, Conclusions, and Constitutional Recommendations’, harmoon.org, en een brief van VWN over de positie van afvalligen in Syrië na de val van Assad van 5 februari 2026.
3.Eiser wijst hierbij op de uitspraak van de MK van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 11 december 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:23822, en een uitspraak van de zittingsplaats Haarlem van 2 februari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:1771.
4.1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 1.