Eiser, een Syrische nationaliteit dragende man geboren in 2001, verliet Syrië in 2021 vanwege oorlog en militaire dienstplicht. Hij vreesde bij terugkeer gerekruteerd te worden door de PKK en vervolging vanwege zijn afvalligheid van de islam. De minister wees zijn asielaanvraag af op 16 januari 2026, stellende dat eiser geen gegronde vrees voor vervolging had, mede omdat hij zijn afvalligheid slechts in besloten kring zou uiten en [plaats] een vrijzinnige regio zou zijn.
De rechtbank oordeelt dat de minister ten onrechte aannam dat eiser zijn afvalligheid alleen in besloten kring uit en onvoldoende onderbouwde dat [plaats] een vrijzinnige plaats is. Tevens werd onvoldoende ingegaan op door eiser aangevoerde bronnen, waaronder een bedreigende berichtwisseling van een familielid en rapporten over de situatie van afvalligen in Syrië. De minister heeft ook niet adequaat gemotiveerd waarom het risico op willekeurig geweld relatief laag zou zijn.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit wegens motiveringsgebrek en draagt de minister op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de overwegingen in deze uitspraak. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot betaling van proceskosten van €1.868,- aan eiser. De rechtbank ziet geen aanleiding tot toepassing van een bestuurlijke lus of zelfvoorziening in de zaak.