ECLI:NL:RBDHA:2026:10994
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen niet-in-ontvangstneming verblijfsvergunning asiel
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister van Asiel en Migratie heeft bij besluit van 6 februari 2026 deze aanvraag niet in behandeling genomen omdat Slovenië verantwoordelijk wordt geacht voor de behandeling van de aanvraag. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd.
De voorzieningenrechter heeft het onderzoek ter zitting achterwege gelaten en het onderzoek gesloten. Op dezelfde dag is uitspraak gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer NL26.7201), waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is.
De voorzieningenrechter wijst daarom het verzoek om een voorlopige voorziening af en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen het niet-in-ontvangstnemen van de asielaanvraag wordt afgewezen.