ECLI:NL:RBDHA:2026:11050

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
21 april 2026
Publicatiedatum
8 mei 2026
Zaaknummer
NL25.20142
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij beroep tegen afwijzing verblijfsdocument EU/EER

Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsdocument EU/EER, welke door de minister van Asiel en Migratie is afgewezen bij besluit van 28 november 2023. Het bezwaar van verzoeker tegen deze afwijzing is eveneens afgewezen bij besluit van 16 april 2025. Verzoeker stelde beroep in tegen deze besluiten en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om voorlopige voorziening samen met de hoofdzaak op 26 januari 2026. Inmiddels heeft de rechtbank bij uitspraak in zaaknummer NL25.20141 op het beroep uitspraak gedaan, waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is.

Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door mr. A. Skerka, voorzieningenrechter, op 21 april 2026 te Utrecht. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is behandeld en uitspraak is gedaan.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.20142

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker] , V-nummer: [V-nummer] , verzoeker

(gemachtigde: mr. P.G.M. Lodder),
en

de minister van Asiel en Migratie,

(gemachtigde: mr. A. Stojanovic).

Procesverloop

1.1
Verzoeker heeft een aanvraag tot afgifte van een verblijfsdocument EU/EER ingediend. De minister heeft deze aanvraag met het besluit van 28 november 2023 afgewezen. Met het bestreden besluit van 16 april 2025 op het bezwaar van verzoeker is de minister bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
1.2
Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
1.3
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met de behandeling van het beroep (met zaaknummer NL25.20141), op 26 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van verzoeker en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.20141, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat bij deze uitkomst geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Skerka, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.C. Hummel, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 21 april 2026.

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.