ECLI:NL:RBDHA:2026:11050
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij beroep tegen afwijzing verblijfsdocument EU/EER
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsdocument EU/EER, welke door de minister van Asiel en Migratie is afgewezen bij besluit van 28 november 2023. Het bezwaar van verzoeker tegen deze afwijzing is eveneens afgewezen bij besluit van 16 april 2025. Verzoeker stelde beroep in tegen deze besluiten en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om voorlopige voorziening samen met de hoofdzaak op 26 januari 2026. Inmiddels heeft de rechtbank bij uitspraak in zaaknummer NL25.20141 op het beroep uitspraak gedaan, waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is.
Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door mr. A. Skerka, voorzieningenrechter, op 21 april 2026 te Utrecht. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is behandeld en uitspraak is gedaan.