ECLI:NL:RBDHA:2026:1114
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens te vroege ingebrekestelling bij aanvraag verblijfsvergunning asiel Syrië
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister ontving de aanvraag op 6 augustus 2024 en moest uiterlijk binnen zes maanden beslissen. Vanwege het besluitmoratorium voor Syrië, dat gold van 14 december 2024 tot 13 juni 2025, is de beslistermijn verlengd met één jaar tot maximaal 21 maanden.
Eiser heeft de minister op 20 november 2025 schriftelijk in gebreke gesteld, maar op dat moment was de verlengde beslistermijn nog niet verstreken. Hierdoor is de ingebrekestelling te vroeg ingediend en is het beroep kennelijk niet-ontvankelijk. De rechtbank vond het niet nodig om partijen te horen en heeft het beroep zonder zitting behandeld.
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk en wijst erop dat eiser binnen zes weken na verzending van deze uitspraak een verzetschrift kan indienen als hij het niet eens is met deze beslissing. In het verzetschrift kan ook een verzoek om een zitting worden gedaan.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te vroege ingebrekestelling binnen de verlengde beslistermijn door het besluitmoratorium.