Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door de minister van Asiel en Migratie op zijn aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf. De rechtbank had eerder de minister opgedragen binnen vier weken een beslissing te nemen, maar deze verplichting is niet nagekomen.
De rechtbank constateert dat het dossier mogelijk nog niet compleet is, maar gelet op de eerdere opgelegde termijn en het tijdsverloop bepaalt zij dat de minister binnen vier weken na deze uitspraak alsnog een besluit moet nemen. Tevens legt de rechtbank een dwangsom op van € 100,- per dag met een maximum van € 15.000,-, die aanvangt nadat een eerder opgelegde dwangsom volledig is volgelopen.
Daarnaast wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser, vastgesteld op € 467,-. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.