De moeder verzocht om verlenging van de ondertoezichtstelling van haar vier minderjarige kinderen vanwege zorgen over contactherstel en negatieve beïnvloeding door de vader. De gecertificeerde instelling en de vader stelden dat de kinderen zich goed ontwikkelen en dat het vrijwillig kader voldoende ondersteuning biedt.
De kinderrechter nam kennis van eerdere beschikkingen, het borgingsplan en de mening van de kinderen zelf. Hoewel het contact tussen moeder en kinderen momenteel ontbreekt, is dit volgens de rechter onvoldoende reden voor verlenging omdat er geen ernstige bedreiging voor de belangen van de kinderen is.
De hulpverlening aan de kinderen is afgerond en zij geven aan eerst rust te willen. De kinderrechter benadrukte het belang van een vertrouwensrelatie tussen moeder en hulpverleners en het voortzetten van gesprekken over contactherstel in het vrijwillig kader.
De beslissing werd op 9 april 2026 in het openbaar uitgesproken en schriftelijk vastgelegd op 29 april 2026. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden na uitspraak.