ECLI:NL:RBDHA:2026:11340
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek proceskostenveroordeling na gegrondverklaring bezwaar en intrekking voorlopige voorziening
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft verzoeker een verzoek ingediend om de minister van Asiel en Migratie te veroordelen tot betaling van proceskosten. Dit verzoek volgde op de intrekking van een eerder ingediend verzoek om een voorlopige voorziening, nadat de minister het bezwaar van verzoeker gegrond had verklaard en de ongewenstverklaring ongedaan had gemaakt.
De voorzieningenrechter beoordeelde het verzoek zonder zitting en stelde vast dat het bestuursorgaan door het gegrond verklaren van het bezwaar en het ongedaan maken van het besluit geheel aan het verzoek van verzoeker was tegemoetgekomen. Dit vormde een grond om het verzoek om proceskostenveroordeling toe te wijzen, tenzij bijzondere omstandigheden dat zouden verhinderen. Er waren geen bijzondere omstandigheden aanwezig.
De proceskosten werden vastgesteld op € 934,-, gebaseerd op één proceshandeling door de gemachtigde van verzoeker. De voorzieningenrechter veroordeelde de minister tot betaling van dit bedrag. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: De minister wordt veroordeeld tot betaling van € 934,- aan proceskosten aan verzoeker.