ECLI:NL:RBDHA:2026:11345
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende aannemelijkheid homoseksuele gerichtheid Uganda
Eiser, een Ugandees staatsburger, verzocht asiel op grond van zijn homoseksuele gerichtheid en de gevaren die hij daardoor in zijn land van herkomst ondervindt. Hij stelde dat hij in Uganda werd aangevallen vanwege zijn seksuele geaardheid en vreest bij terugkeer voor zijn leven. De minister van Asiel en Migratie wees de aanvraag af wegens onvoldoende geloofwaardigheid van de verklaringen over zijn homoseksualiteit en de omstandigheden daaromheen.
De rechtbank beoordeelde het beroep en concludeerde dat verweerder voldoende rekening had gehouden met het culturele referentiekader van eiser, waaronder het ongewone karakter van het openlijk bespreken van gevoelens in zijn cultuur. Het medisch advies over vermoeidheidsklachten werd eveneens in acht genomen tijdens het nader gehoor.
Desondanks vond de rechtbank dat eiser onvoldoende inzicht had gegeven in zijn relaties en belevingswereld, en dat zijn verklaringen over de aanval en contacten na die gebeurtenis niet aannemelijk waren. De overgelegde steunverklaring van een LHBTIQ+-organisatie werd niet als objectief bewijs erkend en bood geen extra inzicht.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees de asielaanvraag definitief af. Eiser kreeg geen proceskostenvergoeding. De uitspraak werd gedaan door rechter E.F. Bethlehem op 7 mei 2026.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en de aanvraag blijft afgewezen.