Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Oezbeekse nationaliteit, vroeg op 10 januari 2026 asiel aan in Nederland. De minister van Asiel en Migratie nam zijn aanvraag niet in behandeling omdat Litouwen verantwoordelijk is op grond van de Dublinverordening. Eiser voerde aan dat Litouwen hem niet kan beschermen tegen ernstige mensenrechtenschendingen en mishandeling, en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet van toepassing is.
De rechtbank overwoog dat Litouwen in beginsel verantwoordelijk is en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt, tenzij sprake is van systematische tekortkomingen in de asielprocedure of opvang. De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde dat Litouwen zijn verdragsverplichtingen nakomt en dat er geen sprake is van structurele detentie of slechte opvang.
Eiser kon niet aannemelijk maken dat hij bijzondere individuele omstandigheden heeft die overdracht aan Litouwen onevenredig hard maken. Ook is niet gebleken dat hij geen toegang heeft tot klachtenprocedures of beroep in Litouwen. Daarom is het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard omdat Litouwen verantwoordelijk is en het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt.