Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:11362

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
31 maart 2026
Publicatiedatum
11 mei 2026
Zaaknummer
C/09/683831
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:253n BWArt. 1:251a BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning eenhoofdig gezag aan moeder wegens ongeschiktheid vader door verslaving

Partijen zijn de ouders van twee minderjarige kinderen die gezamenlijk gezag uitoefenen. De moeder verzoekt om beëindiging van het gezamenlijk gezag en toekenning van eenhoofdig gezag aan haar, vanwege de alcohol- en cocaïneverslaving van de vader die zijn gezagsuitoefening belemmert.

De vader verschijnt niet op de zitting en voert geen verweer. De moeder stelt dat het risico bestaat dat de kinderen klem of verloren raken tussen de ouders en dat het belang van de kinderen een wijziging van het gezag noodzakelijk maakt. De rechtbank stelt vast dat de vader niet gemotiveerd is om zijn afkicktraject te voltooien en dat het gezamenlijk gezag moeilijk uitvoerbaar is.

De rechtbank acht het in het belang van de kinderen dat het gezag aan de moeder wordt toegekend, waarbij de vader wel een rol blijft houden in het leven van de kinderen. De moeder zal het contact tussen vader en kinderen bevorderen. De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: Het eenhoofdig gezag wordt toegekend aan de moeder vanwege de verslaving van de vader en het belang van de kinderen.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 25-2917
Zaaknummer: C/09/683831
Datum beschikking: 31 maart 2026

Gezag

Beschikking op het op 9 april 2025 ingekomen verzoek van:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. M.W. Kuiper in ‘s-Gravenhage.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vader] ,

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

Procedure

De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken, waaronder:
- het verzoekschrift.
Op 3 maart 2026 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
  • de moeder bijgestaan door haar advocaat;
  • [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming.
De vader is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.
De minderjarige [minderjarige 1] heeft zich schriftelijk uitgelaten over het verzoek.

Feiten

  • Partijen hebben een affectieve relatie met elkaar gehad.
  • Zij zijn de ouders van de volgende nog minderjarige kinderen:
- [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2016 in [geboorteplaats] ;
- [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2019 in [geboorteplaats] .
  • Partijen oefenen het gezamenlijk gezag over de minderjarigen uit.
  • [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben de hoofdverblijfplaats bij de moeder.

Verzoek en verweer

Het verzoekschrift strekt tot beëindiging van het gezamenlijk gezag, in die zin dat de moeder verzoekt:
  • primair: te bepalen dat aan de moeder het eenhoofdig gezag toekomt over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] ;
  • subsidiair: te bepalen dat het gezag van de vader over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] voor onbepaalde duur wordt geschorst.
De vader heeft geen verweer gevoerd.

Beoordeling

Eenhoofdig gezag
Wettelijk kader
Op grond van artikel 1:253n, eerste lid Burgerlijk Wetboek (BW) kan op verzoek van de niet met elkaar gehuwde ouders of één van hen het gezamenlijk gezag worden beëindigd, als nadien de omstandigheden zijn gewijzigd. Op grond van artikel 1:253n, tweede lid, BW zijn de gronden van artikel 1:251a, eerste lid, BW, hierop ook van toepassing. Het gezamenlijk
gezag kan daarom worden beëindigd als er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen, of wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.
Inhoudelijke beoordeling
De moeder stelt dat de vader als gevolg van zijn alcohol- en cocaïneverslaving niet in staat het gezag naar behoren uit te oefenen. De moeder heeft dit besproken met de vader en hij heeft aangegeven zich niet tegen het verzoek tot beëindiging van het gezag van de vader te zullen verweren. De moeder stelt dat er sprake is van een situatie waarbij [minderjarige 1] en [minderjarige 2] klem of verloren dreigen te raken, dan wel wijziging van het gezag anderszins in hun belang noodzakelijk is. Het is niet te verwachten dat hierin binnen afzienbare tijd verandering zal komen, omdat de vader zijn afkicktraject niet heeft afgerond en hij niet gemotiveerd lijkt te zijn om de noodzakelijke vervolgtrajecten te doorlopen. Ter zitting heeft de moeder aangegeven dat zij zich ervoor inspant om het contact tussen de kinderen en de vader op te bouwen, maar dat de veiligheid van de kinderen voorop staat. Verder heeft de moeder gesteld dat het moeilijk is om samen met de vader gezagsbeslissingen te nemen. Zo heeft hij al verschillende keren vergeten om te tekenen voor de aanvraag van een nieuwe ID-kaart voor de kinderen en is hij er ook niet altijd bij gesprekken op school.
De rechtbank is gebleken dat de omstandigheden zijn gewijzigd, zodat de moeder kan worden ontvangen in haar verzoek.
De rechtbank overweegt als volgt. De moeder heeft op de zitting voldoende aannemelijk gemaakt dat het moeilijk is om uitvoering te geven aan het gezamenlijk gezag, omdat met de vader niet goed afspraken te maken zijn. Ook in de omgang met de kinderen is hij niet altijd voorspelbaar. Dat is moeilijk voor de kinderen, die graag contact met hem hebben. Omdat de vader niet meewerkt aan verdere noodzakelijke behandeltrajecten is het risico op terugval in drugsgebruik reëel. De vader heeft daarna aangegeven zich niet tegen het verzoek van de moeder te zullen verzetten en is ook niet op de zitting verschenen. De rechtbank acht gelet hierop het gezamenlijke gezag niet in het belang van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . De rechtbank zal het verzoek van de moeder daarom toewijzen. Daarbij merkt de rechtbank nadrukkelijk op dat deze gezagswijziging er niet toe leidt dat de vader geen rol meer heeft in het leven van de kinderen. Hij blijft hun vader. Het is de rechtbank gebleken dat de moeder het belangrijk vindt dat er omgang is tussen de vader en [minderjarige 1] en [minderjarige 2] en dat zij de vader zoveel mogelijk bij beslissingen aangaande [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zal betrekken.
Brief aan [minderjarige 1]
De rechter heeft in een aparte brief aan [minderjarige 1] de beslissing uitgelegd. Hieronder volgt de tekst van die brief, zodat beide ouders weten welke boodschap [minderjarige 1] heeft ontvangen.
“Beste [minderjarige 1] ,
Wat heb jij mij een mooie brief geschreven! Ik ben blij om te horen dat je het fijn vindt om samen met je broertje [minderjarige 2] bij mama te wonen en dat je het ook fijn vindt om samen met hem bij papa te logeren. Ik begrijp heel goed dat je het jammer vindt dat papa en mama niet meer bij elkaar zijn. Dat gaat jammer genoeg niet meer.
Ik heb met mama gepraat. Daarna heb ik besloten dat mama voortaan de belangrijke beslissingen over jou en [minderjarige 2] mag nemen, zoals over naar welke school jullie gaan en over vakanties. Papa blijft gewoon jullie papa. Mama heeft beloofd dat ze haar best zal blijven doen om ervoor te zorgen dat jullie hem regelmatig zien en bij hem kunnen logeren. Ik denk dat papa dat ook zal doen.
Ik hoop dat je nog heel veel spelletjes met mama en met papa zult spelen!
Met vriendelijke groet,
M.F. Baaij,
kinderrechter”

BeslissingDe rechtbank:

*
bepaalt dat voortaan alleen aan de moeder het gezag zal toekomen over de minderjarigen:
  • [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2016 in [geboorteplaats] ;
  • [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2019 in [geboorteplaats] ;
*
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.F. Baaij, (kinder)rechter, bijgestaan door P.F. Weenink als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 31 maart 2026.