De vader verzocht de rechtbank om een voorlopige zorgregeling vast te stellen waarbij de kinderen elke zondag van 12.00 tot 14.00 uur bij hem zouden verblijven, inclusief het ophalen en terugbrengen van de kinderen bij de moeder. De kinderen verblijven momenteel bij de moeder en de ouders zijn gezamenlijk gezagdragers. De vader heeft de kinderen bijna drie jaar niet gezien en vreest vervreemding.
De moeder verzette zich tegen het verzoek en gaf aan dat de kinderen nog klein zijn en hun vader niet kennen, en dat vaststelling van een zorgregeling niet in het belang van de kinderen is. De Raad voor de Kinderbescherming voerde aan dat er een raadsonderzoek loopt en dat bemiddeling noodzakelijk is vanwege de complexe situatie.
De rechtbank oordeelde dat de situatie complex is en dat het verzoek onvoldoende spoedeisend belang bevat om de voorlopige voorziening toe te wijzen. De hulpverleningstrajecten zijn niet gestart omdat de moeder niet meewerkt, maar de rechtbank acht het beter dat het verzoek in de lopende bodemprocedure wordt beoordeeld. Daarom wees de rechtbank het verzoek af.