ECLI:NL:RBDHA:2026:11499
Rechtbank Den Haag
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en Zwitserland
De minister heeft de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen omdat Zwitserland verantwoordelijk is op grond van de Dublinverordening. Eiser betoogde dat de minister ten onrechte uitging van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat overdracht aan Zwitserland zou leiden tot een onmenselijke behandeling, mede vanwege zijn psychische kwetsbaarheid en de situatie van Koerdische Turkse vreemdelingen.
De rechtbank oordeelt dat de minister zich terecht op het interstatelijk vertrouwensbeginsel heeft gebaseerd, mede omdat recente uitspraken van de Afdeling dit bevestigen. Het aangevoerde AIDA-rapport en verklaringen van eiser tonen geen ernstige, structurele tekortkomingen in de Zwitserse asielprocedure of opvang die een overdracht verbieden. Ook is onvoldoende onderbouwd dat de psychische kwetsbaarheid van eiser zodanig is dat overdracht onomkeerbare gevolgen zou hebben.
De rechtbank wijst het beroep af en oordeelt dat de minister voldoende heeft gemotiveerd dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die een onverplichte behandeling van de asielaanvraag rechtvaardigen. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt eveneens afgewezen. Eiser kan binnen een week hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.