Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op zijn aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De aanvraag werd ontvangen op 31 oktober 2023, waarna de minister de uiterste beslistermijn van 21 maanden overschreed. Eiser stelde de minister op 3 november 2025 in gebreke en diende daarna beroep in.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat de minister niet binnen de wettelijke termijn heeft beslist. De rechtbank legt een nadere beslistermijn van acht weken op, rekening houdend met het belang van snelle en zorgvuldige besluitvorming en het feit dat eiser nog niet is gehoord over zijn asielmotieven.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van € 100,- per dag met een maximum van € 15.000,- voor elke dag dat de minister de beslistermijn overschrijdt. De minister is tevens veroordeeld tot betaling van de proceskosten van eiser, vastgesteld op € 467,- vanwege de inschakeling van een professionele gemachtigde. De rechtbank vernietigt het niet tijdig genomen besluit en draagt de minister op binnen de gestelde termijn alsnog een besluit te nemen.