Uitspraak
RECHTBANK Den Haag
1.VERENIGING VAN VRIJE JOURNALISTEN, te Weesp,2. [eiser 1] , te [woonplaats 1] ,3. [eiser 2] , te [woonplaats 2] ,
1.STAAT DER NEDERLANDEN, MINISTERIE VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID, te Den Haag,
1.Inleiding
2.De procedure
3.De feiten
personen die op een zodanige wijze berichten publiceren dat deze voor iedereen toegankelijk zijn". [1]
Journalisten die gebruik willen maken van de faciliteiten wordt (eenmalig) gevraagd om een kopie van een door de Rechtspraak geaccepteerde perskaart, (de
Sociale media hebben in toenemende mate een rol in de nieuwsverspreiding sinds de invoering van de huidige richtlijn. Het zorgt voor een andere verhouding tussen de pers en de rechtspraak, mede doordat iedereen zichzelf (burger)journalist kan
4.1. Uitgangspunt
Daarbij betrekt de rechter onder andere dat:
De Rechtspraak accrediteert personen die beschikken over:
een perskaart van de Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ),
een perskaart van de Internationale Federatie voor Journalisten,
een politie-perskaart,
een lidmaatschap van De Buitenlandse Persvereniging (BPV).”
Elke perskaartaanvraag wordt door de NVJ welwillend en persoonlijk beoordeeld. De NVJ controleert op onafhankelijkheid en inkomen, maar nooit op inhoud.
Leden van de NVJ, kunnen de NVJ Perskaart aanvragen. Om deze te kunnen verkrijgen, dienen zij aan één van de volgende voorwaarden te voldoen:
De aanvrager is werkzaam als journalist met een arbeidsovereenkomst voor 16 uur/week of meer.
De aanvrager is werkzaam als zelfstandig journalist en kan aantonen dat hij/zij
op jaarbasis 75% van het minimumloon aan inkomen (omzet) haalt uit journalistieke werkzaamheden
het grootste gedeelte van zijn/haar tijd aan journalistieke werkzaamheden besteedt, aan te tonen door het overleggen van publicaties in media die voor het publiek toegankelijk zijn
Voor de Landelijke Politieperskaart geldt een apart reglement met voorwaarden, dat tot stand is gekomen in overleg met de Politie en het Genootschap van Hoofdredacteuren. Daarmee is de politieperskaart breed erkend, ook door de hulpdiensten, als gezaghebbend. Het reglement wordt gepubliceerd op de website van de NVJ. Net als voor het verkrijgen van de NVJ Perskaart zijn inkomen dan wel ureninzet de belangrijkste criteria. De houder wordt geacht professioneel journalist te zijn, en een jaarlijks inkomen te genereren van tenminste het minimumloon voor volwassenen vanaf 21 jaar.”
Uitkomst: behoefte aan duidelijkheid.
4.Het geschil
5.De beoordeling
Zittingen zijn veelal openbaar; iedereen mag daarbij aanwezig zijn en daar ook over communiceren, ook burgers. Publiek heeft zich te houden aan de huisregels van een gerecht, en daarin staat onder andere dat opnames maken verboden is. De beveiliging in de gerechten ziet hierop toe en onterecht gemaakte beelden moeten worden gewist.”
3.8.3. Maatgevend zijn wel de grenzen die het EHRM in zijn rechtspraak trekt. Het EHRM baseert zijn oordeel op de sociale functie en werkwijze van de betrokkene: een actieve rol in het verzamelen, verwerken of verspreiden van informatie aan het publiek, en onafhankelijkheid en professionaliteit zijn daarbij van betekenis. Het EHRM erkent dat niet alleen traditionele journalisten, maar ook niet-gouvernementele organisaties (ngo’s), actieve burgers, academici, bloggers, waarnemers, of vergelijkbare actoren die bijdragen aan het publieke debat en functioneren als ‘public watchdog’ onder artikel 10 van Pro het EVRM kunnen vallen. Dat is het geval als zij te goeder trouw bijdragen aan publieke controle door informatie te verzamelen en te verspreiden, hun informatie betrouwbaar is en maatschappelijke relevantie heeft. Ook de Nederlandse wetgever merkt nieuwe media, zoals streaming video, nieuwssites en blogs, als journalistieke activiteiten aan waarover de bescherming die journalisten toekomt zich ook kan uitstrekken. Zie bijvoorbeeld de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel tot Wijziging van het Wetboek van Strafvordering tot vastlegging van het recht op bronbescherming bij vrije nieuwsgaring (bronbescherming in strafzaken) (Kamerstukken II, 2014–2015, 34 032, nr. 3). Daarin is op pagina 6 en verder een omschrijving van het beroep journalist vermeld. Daarin wordt op pagina 7 verwezen naar de omschrijving die in de Recommendation van de Raad van Europa uit 2000 is opgenomen: «the term journalist means any natural or legal person who is regularly or professionally engaged in the collection and dissemination of information to the public via any means of mass communication».”