ECLI:NL:RBDHA:2026:11511
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing maatregel bewaring wegens onvoldoende toetsing non-refoulement bij terugkeer naar Bangladesh
Eiser werd een maatregel van bewaring opgelegd op grond van de Vreemdelingenwet 2000, waarbij verweerder aannam dat eiser de nationaliteit van Bangladesh had en terug moest keren naar dat land. Eiser stelde echter dat hij van Indiase afkomst is en dat de terugkeerbeslissing en de beoordeling van het non-refoulementbeginsel uitsluitend op India waren gericht, terwijl het terugkeerland Bangladesh was.
De rechtbank oordeelde dat verweerder ten onrechte alleen het risico op refoulement bij terugkeer naar India had beoordeeld en dat er geen kenbare toetsing had plaatsgevonden voor terugkeer naar Bangladesh. Dit is in strijd met de verplichtingen uit de Vreemdelingenwet en de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep gegrond, oordeelde dat de maatregel van bewaring onrechtmatig was vanaf het moment van oplegging, en beval de opheffing van de maatregel met ingang van 2 april 2026. Tevens werd een schadevergoeding van €1.680,- toegekend voor de onrechtmatige vrijheidsontneming en werden de proceskosten van €1.868,- aan verweerder opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de maatregel van bewaring wordt opgeheven en een schadevergoeding wordt toegekend.