ECLI:NL:RBDHA:2026:11547
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing asielaanvraag niet-ontvankelijk wegens vertrek met onbekende bestemming
Eiseres diende op 22 oktober 2021 een asielaanvraag in, die op 7 mei 2024 door de minister van Asiel en Migratie werd afgewezen als kennelijk ongegrond. Tegen dit besluit stelde eiseres beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank onderzocht ambtshalve of eiseres nog procesbelang had. Verweerder meldde dat eiseres op 5 december 2024 met onbekende bestemming was vertrokken en sindsdien geen contact meer had met de IND, COA, AVIM of DT&V. De gemachtigde van eiseres bevestigde dat zij niet van plan was terug te keren naar het asielzoekerscentrum en geen informatie gaf over haar verblijfplaats. Pogingen om contact te leggen mislukten.
Op grond van vaste rechtspraak wordt aangenomen dat een vreemdeling die zonder mededeling vertrekt en geen contact onderhoudt met zijn gemachtigde, geen prijs meer stelt op bescherming in Nederland. De rechtbank concludeerde dat eiseres geen rechtens te beschermen belang meer heeft bij de beoordeling van haar asielverzoek.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en beoordeelde zij de zaak niet inhoudelijk. Eiseres kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard omdat eiseres met onbekende bestemming is vertrokken en geen procesbelang meer heeft.