Eiser heeft op 5 december 2023 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 7 mei 2023. De rechtbank heeft bij uitspraak van 7 januari 2025 het beroep gegrond verklaard en verweerder opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen, met een dwangsom bij overschrijding.
Eiser stelde op 20 mei 2025 opnieuw beroep in wegens het uitblijven van een besluit. Verweerder heeft op 6 augustus 2025 de asielaanvraag ingewilligd en de verbeurde dwangsommen toegekend. Eiser handhaafde het beroep en verzocht om aanvullende dwangsommen en proceskostenvergoeding.
De rechtbank oordeelt dat het beroep tegen het niet tijdig beslissen inmiddels zijn doel heeft bereikt en dat eiser geen procesbelang meer heeft. Daarnaast sluit de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND de oplegging van bestuurlijke dwangsommen uit. Daarom is het beroep kennelijk niet-ontvankelijk.
Wel veroordeelt de rechtbank verweerder in de proceskosten van €467, omdat verweerder het besluit te laat nam en eiser terecht beroep instelde. De proceskosten zijn vastgesteld op basis van het Besluit proceskosten bestuursrecht met een lichte wegingsfactor.