Verzoeker heeft op 13 juni 2025 opnieuw beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag. Op 11 september 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie alsnog een besluit genomen op deze aanvraag. Vervolgens heeft verzoeker het beroep ingetrokken en verzocht om vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank oordeelt dat de minister door het alsnog nemen van het besluit geheel of gedeeltelijk aan verzoeker tegemoet is gekomen. Op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht kan de rechtbank in dat geval op verzoek van de indiener van het beroepschrift het bestuursorgaan veroordelen in de proceskosten.
De rechtbank stelt de proceskosten vast op € 467, gebaseerd op een puntensysteem uit het Besluit proceskosten bestuursrecht, waarbij een wegingsfactor 'licht' wordt toegepast omdat het beroep alleen ziet op het niet tijdig nemen van een besluit. De rechtbank veroordeelt de minister tot betaling van dit bedrag aan verzoeker.