Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Nigeriaanse asielzoeker geboren in 2007, diende op 13 maart 2026 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Bulgarije op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Dit werd bevestigd door de Bulgaarse autoriteiten die het verzoek tot overname op 4 april 2026 accepteerden.
Eiser voerde aan dat verweerder onvoldoende rekening had gehouden met zijn persoonlijke omstandigheden, waaronder medische problemen, en dat toepassing van artikel 17 van Pro de Dublinverordening niet kenbaar was gemaakt. De rechtbank oordeelde dat de dragende overwegingen wel waren opgenomen en dat eiser de gelegenheid had gehad om te reageren op het voornemen. Het beroep faalde ook omdat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat Bulgarije zijn verdragsverplichtingen niet zou nakomen of dat zijn medische situatie een uitzondering rechtvaardigde.
De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht geen aanleiding zag om de verantwoordelijkheid voor de asielaanvraag aan zich te trekken. De gestelde depressie was niet onderbouwd en er was geen bewijs dat medische behandeling in Bulgarije niet mogelijk zou zijn. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.