Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Nigeriaanse minderjarige, diende op 13 maart 2026 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Bulgarije op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Eiser stelde dat verweerder onvoldoende rekening had gehouden met zijn persoonlijke omstandigheden, waaronder een niet onderbouwde medische situatie.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht uitging van het interstatelijk vertrouwensbeginsel tussen Nederland en Bulgarije, beide partijen bij het EVRM en het Vluchtelingenverdrag. Eiser slaagde er niet in aannemelijk te maken dat Bulgarije zijn verdragsverplichtingen niet zou nakomen of dat zijn terugkeer tot een schending van artikel 3 EVRM Pro zou leiden.
Verder concludeerde de rechtbank dat het bestreden besluit voldoende maatwerk bevatte en dat eiser de gelegenheid had gehad om op het voornemen te reageren. De gestelde depressie werd niet onderbouwd en er was geen reden om de verantwoordelijkheid naar Nederland over te nemen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.