Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:11596

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
13 april 2026
Publicatiedatum
13 mei 2026
Zaaknummer
NL25.57713
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep gegrond: minister moet asielaanvraag Somalië opnieuw beoordelen

Eiseres, van Somalische nationaliteit en afkomstig uit een minderheidsstam, diende op 6 maart 2024 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel. De minister wees deze aanvraag op 18 november 2025 af wegens ongeloofwaardigheid van haar relaas, met name over de problemen met haar ex-man en haar positie als alleenstaande vrouw.

De rechtbank oordeelt dat de minister ten onrechte enkele tegenwerpingen heeft gemaakt, zoals de stelling dat de ex-man van eiseres bij het huwelijk op de hoogte moest zijn van haar stamafkomst. De rechtbank acht de verklaring van eiseres geloofwaardig dat haar ex-man niet op de hoogte was en dat diens intenties om met haar te hertrouwen niet ongerijmd zijn. Ook de ministerlijke twijfel over het in brand steken van de hutjes door de ex-man wordt verworpen.

Hoewel de rechtbank de verklaring over een incident in Nairobi als ongerijmd beschouwt, is dit onvoldoende om het beroep af te wijzen. Daarnaast merkt de rechtbank op dat de wijze van horen niet volledig zorgvuldig was, onder meer door het ontbreken van een vrouwelijke tolk, maar dit vormt geen zelfstandig gebrek. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en geeft de minister acht weken om een nieuw besluit te nemen, waarbij de zorgvuldigheid en geloofwaardigheid opnieuw moeten worden beoordeeld.

De minister wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten van €1.868,- aan eiseres. De uitspraak is gedaan door rechter H.J. Schaberg en griffier E. Waal op 13 april 2026.

Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd; de minister moet binnen acht weken een nieuw besluit nemen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Amsterdam
Bestuursrecht
Zaaknummer: NL25.57713
V-nummer: [v nummer]

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] , eiseres

(gemachtigde: mr. M.L. van Leer),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister

(gemachtigde: mr. S. Deniz).

Procesverloop

Eiseres heeft op 6 maart 2024 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 18 november 2025 deze aanvraag afgewezen als ongegrond.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
De rechtbank heeft het beroep op 30 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres, A.N. Musa als tolk in taal Somali en de gemachtigde van de minister.

Overwegingen

1. De rechtbank beoordeelt het beroep aan de hand van de argumenten die daartoe zijn aangevoerd, de beroepsgronden.
2. De rechtbank verklaart het beroep gegrond. Dat betekent dat de minister opnieuw naar de aanvraag van eiseres moet kijken. Hieronder zal de rechtbank verder toelichten hoe zij tot dat oordeel is gekomen.
Het asielrelaas
3. Eiseres legt aan haar asielaanvraag – samengevat – het volgende ten grondslag. Zij stelt van Somalische nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedag] 1980. Zij behoort tot de [naam 1] -stam, maar is opgegroeid bij haar oma van moederszijde van de [naam 2] -stam. Van 1994 tot 2009 is eiseres uitgehuwelijkt aan haar eerste man. Zij kreeg problemen met hem, omdat hij erachter kwam dat zij afkomstig is van een minderheidsstam. Hij mishandelde haar zo erg dat eiseres dankzij bemoeienis van haar oom van hem kon scheiden. Eiseres verbleef een tijdje bij haar oom, in hutjes die haar oom voor haar en haar kinderen had gebouwd. De ex-man van eiseres heeft deze hutjes in brand gestoken. Daarna is eiseres door haar oom uitgehuwelijkt aan een andere man. In 2020, na het overlijden van haar oom en van haar tweede man zocht de ex-man van eiseres haar op en eiste hij dat zij weer terugkwam bij hem. Eiseres wilde dat niet en is toen getrouwd met haar huidige man. Omdat hij echter van dezelfde minderheidsstam als eiseres is, kon hij haar niet de bescherming bieden die zij nodig had. Nadat eiseres opnieuw is mishandeld door haar ex-man, sloeg zij op de vlucht. Eiseres verbleef nog circa anderhalf tot twee jaar in Somalië, onder andere bij haar moeder, waarna zij naar Kenia vertrok. Toen de ex-man van eiseres haar zelfs in Nairobi vond, vertrok zij met behulp van een mensensmokkelaar naar Europa.
Het bestreden besluit
4. Het asielrelaas van eiseres bevat volgens de minister de volgende relevante asielmotieven:
- de identiteit, nationaliteit en herkomst;
- de problemen met de ex-man; en
- haar positie als alleenstaande vrouw.
5. De minister acht de identiteit, nationaliteit en herkomst geloofwaardig. De problemen met de ex-man worden niet geloofwaardig geacht. De minister stelt zich namelijk op het standpunt dat de verklaring van eiseres dat haar ex-man voorafgaand aan het huwelijk niet op de hoogte zou zijn van haar stamafkomst, niet overeenkomt met de landeninformatie. Uit de landeninformatie [1] blijkt namelijk dat stamafkomst in Somalië zeer belangrijk is. Volgens de minister betekent dit dat bij het aangaan van een huwelijk, de stamafkomst van partijen nadrukkelijk wordt onderzocht. Verder acht de minister de verklaring van eiseres dat haar ex-partner met haar wil hertrouwen ongerijmd en vaag. Eiseres licht niet toe waarom hij met haar wil hertrouwen, ondanks dat hij weet dat zij van een minderheidsstam afkomstig is. Het is ook ongerijmd dat haar ex-man de hutjes in brand zou hebben gestoken, toen een aantal van zijn kinderen daarin zaten, terwijl hij juist herhaaldelijk interesse in de kinderen zou hebben laten zien en ook heeft gevraagd waar zij verbleven. Eiseres heeft tot slot vaag en ongerijmd verklaard over het incident dat zij had met haar ex-man in Nairobi. De minister acht de gestelde problemen met de ex-man van eiseres dan ook ongeloofwaardig. Enkele andere tegenwerpingen uit het voornemen heeft de minister in het bestreden besluit, dan wel op zitting, laten vallen. Ook gelooft de minister niet dat eiseres in Somalië alleenstaande vrouw is; zij heeft immers nog haar echtgenoot, haar moeder en haar grootfamilie.
Het beroep
De problemen met de ex-man
6. Eiseres voert aan dat de minister haar relaas ten onrechte niet geloofwaardig heeft geacht.
6.1.
De rechtbank overweegt dat uit de landeninformatie waarnaar de minister heeft verwezen inderdaad blijkt dat in Somalië stamafkomst belangrijk is en dat een dominante stam tegen het trouwen met een lagere stam kan zijn en zo een huwelijk kan afkeuren. De rechtbank stelt echter vast dat niet in de landeninformatie staat dat de stamafkomst van een toekomstig huwelijkspartner vrijwel nooit onbekend blijft en dat de stamafkomst van beide partners nadrukkelijk wordt onderzocht. De minister heeft juist dat wel aan eiseres tegengeworpen en op de zitting ook aangegeven dat dit de kern is van de tegenwerpingen. Gelet op de verklaringen [2] van eiseres dat zij is opgevoed door haar oma van moederszijde, die tot de dominante [naam 2] -stam behoort, en dat zij ook vanaf jonge leeftijd bij die stam heeft gewoond, is de rechtbank van mening dat de verklaring van eiseres dat haar ex-man niet op de hoogte was van haar echte stamafkomst, niet ongerijmd is. De minister heeft deze ongerijmdheid dus ten onrechte tegengeworpen.
6.2.
De rechtbank is ook van oordeel dat de minister ten onrechte heeft tegengeworpen dat het ongerijmd is dat haar ex-man weer met haar wilde hertrouwen. Zoals de minister ook heeft benoemd in het bestreden besluit, komt uit de verklaringen van eiseres een beeld naar voren van een ex-man die haar koste wat het kost iets wil aandoen. [3] De rechtbank ziet eer en macht als een rode draad door het relaas van eiseres. Dat haar ex-man met haar zou willen hertrouwen, om juist weer macht over haar te hebben, vindt de rechtbank dan ook niet ongerijmd. Het kan niet van eiseres verwacht worden dat zij inzicht geeft in de intenties van haar ex-man. Om dezelfde reden is de rechtbank van oordeel dat de minister eiseres niet kan tegenwerpen dat zij ongerijmd heeft verklaard waarom haar ex-man zijn eigen kinderen in gevaar zou willen brengen door de hutjes in brand te steken . Eiseres heeft verklaard dat haar ex-man boos op haar oom en op haar was en dat hij daarom de hutjes in brand heeft gestoken. [4] Dat haar ex-man doelbewust een poging heeft gedaan om zijn kinderen om in gevaar te brengen, leest de rechtbank niet in die verklaring. Ook hier kan de minister niet van eiseres verwachten dat zij inzicht geeft in waarom haar ex-man bepaalde handelingen heeft uitgevoerd. Ook deze tegenwerpingen houden dus geen stand.
6.3.
De rechtbank kan de minister wel volgen in de motivering dat eiseres ongerijmd heeft verklaard over de gebeurtenis in Nairobi. Deze enkele tegenwerping is echter onvoldoende om de afwijzing van de asielaanvraag van eiseres te dragen. De rechtbank is, enigszins terughoudend toetsend, van oordeel dat de minister het asielrelaas ten onrechte ongeloofwaardig heeft geacht. De beroepsgrond slaagt. Verweerder moet de geloofwaardigheid van het asielrelaas opnieuw beoordelen.
6.4.
Gelet op het voorgaande behoeft de geloofwaardigheid van eiseres’ positie als alleenstaande vrouw geen bespreking meer.
7. Daarnaast voert eiseres aan dat het besluit onvoldoende zorgvuldig is voorbereid. Eiseres heeft in haar aanmeldgehoor en in de correcties en aanvullingen daarop, aangegeven dat zij graag zou willen worden gehoord door een vrouwelijke medewerker in het bijzijn van een vrouwelijke tolk. Dit is niet gebeurd. Eiseres heeft ook aangegeven in de correcties en aanvullingen dat zij het gevoel had dat de tolk haar niet altijd even goed begreep omdat zij uit Noord-Somalië komt en dat in het dialect uit Noord-Somalië bepaalde woorden anders zijn dan in het standaard Somali. Dit is door de tolk op de zitting bevestigd. Gelet op de context van het relaas van eiseres, kan haar niet worden tegengeworpen dat zij deze twee moeilijkheden in het nader gehoor niet in het bijzijn van de (mannelijke) tolk heeft geuit. Dat zij dat pas in de correcties en aanvullingen heeft gedaan, is ook in overeenstemming met Werkinstructie 2021/13 over het nader gehoor. [5] De wijze van horen levert dan ook geen zelfstandig gebrek in de besluitvorming op, maar de rechtbank merkt wel op dat het een omstandigheid is die in het kader van zorgvuldigheid moet worden betrokken in een nieuw te nemen besluit, zowel bij het wegen van de verklaringen uit het nader gehoor, als bij het eventueel houden van een aanvullend gehoor.

Conclusie en gevolgen

8. De minister heeft de asielaanvraag van eiseres ten onrechte afgewezen als ongegrond. Het beroep is daarom gegrond. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en geeft de minister de mogelijkheid om binnen acht weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. De rechtbank biedt met die termijn de minister de ruimte om eiseres opnieuw te horen, als de minister dat noodzakelijk acht voor de besluitvorming.
9. De rechtbank veroordeelt de minister in de door eiser betaalde proceskosten, omdat het beroep gegrond is. Deze vergoeding bedraagt € 1.868,- omdat de gemachtigde van eiseres een beroepsschrift heeft ingediend en aan de zitting heeft deelgenomen. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- draagt de minister op binnen acht weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op de aanvraag, waarbij rekening wordt gehouden met deze uitspraak; en
- veroordeelt de minister tot betaling van € 1.868,- aan proceskosten aan eiseres.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H.J. Schaberg, rechter, in aanwezigheid van mr. E. Waal, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Zoals de rapporten van het European Union Agency for Asylum (EUAA), Country Guidance rapport over Somalië van oktober 2025 op pagina 21 en 22, en het Country of Origin Information Somalia: Country Focus rapport van april 2025, op pagina 60.
2.Onder andere op pagina 4 van het nader gehoor.
3.Op pagina 4.
4.Op pagina 5 van het nader gehoor.
5.Zie pagina 6 van die werkinstructie.