Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:11601

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
11 mei 2026
Publicatiedatum
13 mei 2026
Zaaknummer
NL26.16664 en NL26.16666
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 AwbArt. 30 Vreemdelingenwet 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening in asielprocedure wegens Dublin-verantwoordelijkheid Duitsland

Verzoekers hebben asielaanvragen ingediend die door de minister van Asiel en Migratie niet in behandeling zijn genomen omdat Duitsland volgens de Dublin-verordening verantwoordelijk is voor de behandeling.

Tegen deze besluiten hebben verzoekers beroep ingesteld en tevens een verzoek om voorlopige voorziening ingediend bij de voorzieningenrechter.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is behandeld en er geen noodzaak is voor een voorlopige voorziening. Tevens is geen proceskostenveroordeling opgelegd.

De uitspraak is gedaan zonder zitting op 11 mei 2026 door de voorzieningenrechter J.F.I. Sinack te Middelburg. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is behandeld en Duitsland verantwoordelijk is voor de asielaanvragen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummers: NL26.16664 en NL26.16666

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen

[verzoeker] , V-nummer: [V-nummer 1] , verzoekeren [verzoekster] , V-nummer: [V-nummer 2] , verzoekster hierna samen te noemen: verzoekers

(gemachtigde: mr. V. Senczuk)
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Procesverloop

Bij besluiten van 24 maart 2026 (de bestreden besluiten) heeft verweerder de asielaanvragen van verzoekers niet in behandeling genomen omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. [1]
Verzoekers hebben tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld. Zij hebben verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummers NL26.1663 en NL26.16665, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op de beroepen. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om die reden af.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om voorlopige voorzieningen af.
Deze uitspraak is gedaan op 11 mei 2026 door mr. J.F.I. Sinack, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. Y. Chakur, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).