ECLI:NL:RBDHA:2026:1171
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling nieuw terugkeerbesluit en bevriezingsmaatregel in vreemdelingenrecht
Eiser, van Marokkaanse nationaliteit, betwistte het terugkeerbesluit van 31 juli 2025 waarin zijn recht op tijdelijke bescherming en de bevriezingsmaatregel tot 4 september 2025 werden bevestigd. Hij stelde dat hij rechtmatig verblijf had en dat zijn asielprocedure nog liep.
De rechtbank oordeelde dat de minister bevoegd was het nieuwe terugkeerbesluit te nemen, ook al gold de bevriezingsmaatregel. De asielaanvraag van eiser was met een besluit van 31 mei 2023 buiten behandeling gesteld, wat in rechte vaststaat. Het beroep op lopende asielprocedure faalde daarom.
Verder stelde eiser dat hij voorafgaand aan het besluit gehoord had moeten worden en dat een belangenafweging had moeten plaatsvinden, mede vanwege zijn economische situatie. De rechtbank verwierp deze stellingen, stellende dat het indienen van een zienswijze voldoende was en dat geen individuele belangenafweging vereist is bij het opleggen van een terugkeerbesluit.
Het beroep werd ongegrond verklaard, het terugkeerbesluit bleef in stand en eiser kreeg geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter R. Tesfai en griffier E.A. Ruiter op 26 januari 2026.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit van 31 juli 2025 wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.