ECLI:NL:RBDHA:2026:1172

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
26 januari 2026
Publicatiedatum
26 januari 2026
Zaaknummer
NL25.39998
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen terugkeerbesluit minister

Verzoeker, van Marokkaanse nationaliteit, heeft beroep ingesteld tegen een nieuw terugkeerbesluit van de minister van Asiel en Migratie van 31 juli 2025. Tegelijkertijd vroeg verzoeker om een voorlopige voorziening om het besluit tijdelijk te schorsen.

De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 16 januari 2026 samen met het beroep. Verzoeker was niet aanwezig, maar zijn gemachtigde en die van de minister namen deel aan de zitting. De voorzieningenrechter sloot het onderzoek op zitting.

Op 26 januari 2026 heeft de rechtbank uitspraak gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer NL25.39996) en het beroep ongegrond verklaard, waardoor het terugkeerbesluit in stand bleef. Gezien deze uitspraak is een voorlopige voorziening niet langer nodig en wijst de voorzieningenrechter het verzoek af.

Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het beroep ongegrond is verklaard en het terugkeerbesluit in stand blijft.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.39998

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam] , verzoeker

geboren op [geboortedatum] ,
van Marokkaanse nationaliteit,
V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. W. Spijkstra),
en

de minister van Asiel en Migratie,

(gemachtigde: mr. J.D. Albarda).

Inleiding

1. Met het besluit van 31 juli 2025 heeft de minister een nieuw terugkeerbesluit uitgevaardigd. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
1.1.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 16 januari 2026 samen met de behandeling van het beroep [1] , op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van verzoeker en de gemachtigde van de minister deelgenomen. Verzoeker is niet verschenen. De voorzieningenrechter heeft het onderzoek op zitting gesloten.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Bij uitspraak van vandaag, in de zaak met nummer NL25.39996, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Het beroep is daarbij ongegrond verklaard en het bestreden besluit is in stand gelaten. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R. Tesfai, rechter, in aanwezigheid van mr. E.A. Ruiter, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.NL25.39996.