ECLI:NL:RBDHA:2026:11744

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
14 april 2026
Publicatiedatum
15 mei 2026
Zaaknummer
C/09/678744 / FA RK 25-351
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:207 BWArt. 1:5 lid 2 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gerechtelijke vaststelling vaderschap en geslachtsnaamwijziging minderjarige

De moeder verzocht de rechtbank om gerechtelijke vaststelling van het vaderschap van de vermeende vader over de minderjarige, geboren in 2024. Eerder had de rechtbank de ontkenning van het vaderschap gegrond verklaard, waardoor de weg vrij kwam voor erkenning. De rechtbank achtte gerechtelijke vaststelling echter het meest passend, mede omdat de minderjarige al een juridische vader had bij geboorte.

DNA-onderzoek toonde met 99,9% zekerheid aan dat de vermeende vader de biologische vader is. Er waren geen bezwaren op grond van artikel 1:207 BW Pro. De rechtbank stelde het vaderschap vast onder de voorwaarde dat de ontkenning onherroepelijk wordt.

Daarnaast verklaarden de moeder en de vermeende vader schriftelijk dat de minderjarige na vaststelling de geslachtsnaam van de vader zal dragen. De bijzondere curator, die de minderjarige vertegenwoordigde, werd door de rechtbank ontslagen omdat zijn rol in deze procedure was beëindigd.

De beschikking werd op 14 april 2026 uitgesproken door rechter H.M. Boone van de rechtbank Den Haag.

Uitkomst: Het vaderschap van de vermeende vader wordt vastgesteld met terugwerkende kracht en de geslachtsnaam van de minderjarige wordt gewijzigd naar die van de vader.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 25-351
Zaaknummer: C/09/678744
Datum beschikking: 14 april 2026

Gerechtelijke vaststelling ouderschap

Beschikking op het op 8 januari 2025 ingekomen verzoek van:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat mr. L.F. Niemantsverdriet-Wensink in ’s-Gravenhage.
Als belanghebbenden worden aangemerkt:

[de vermeende vader] ,

de vermeende vader (hierna: [de vermeende vader] ),
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
en

[de minderjarige] , geboren op [geboortedatum 1] 2024 in [geboorteplaats 1] ,

de minderjarige (hierna: [de minderjarige] ),
in rechte vertegenwoordigd door mr. B.S. van Haeften, advocaat in ’s-Gravenhage,
in de hoedanigheid van bijzondere curator.

Procedure

Bij beschikking van 9 februari 2026 van deze rechtbank is het verzoek van de moeder tot ontkenning van het vaderschap over [de minderjarige] gegrond verklaard en is bepaald dat de behandeling van het verzoek tot gerechtelijke vaststelling van het ouderschap en het verzoek over de geslachtsnaam van [de minderjarige] wordt aangehouden tot 15 april 2026 pro forma, zodat partijen in de gelegenheid worden gesteld een DNA-onderzoek te verrichten, dan wel indien dit niet op 15 april 2026 is ingediend het door de rechtbank bevolen onderzoek kan worden verricht. Daarbij is iedere verdere beslissing ten aanzien van de gerechtelijke vaststelling ouderschap, geslachtsnaamwijziging en de kosten van het deskundigenonderzoek aangehouden.
De rechtbank heeft wederom kennisgenomen van de stukken, waaronder nu ook het bericht van 19 maart 2026, met bijlage, namens de moeder.

Beoordeling

Gerechtelijke vaststelling ouderschap
De rechtbank overweegt als volgt. Door de gegrondverklaring van de ontkenning van het vaderschap in de beschikking van 9 februari 2026 is in principe de weg vrijgemaakt voor [de vermeende vader] om tot erkenning over te gaan. De rechtbank acht gerechtelijke vaststelling van het vaderschap, dat terugwerkt tot de geboorte van de minderjarige, zoals ook door de moeder is verzocht, echter het meest aangewezen. In dit kader is van belang dat [de minderjarige] al een juridische vader had ten tijde van zijn geboorte, waardoor hij op dat moment niet door [de vermeende vader] erkend kon worden.
Uit het overgelegde rapport van DNA-onderzoek blijkt dat met (afgerond) 99,9% zekerheid is aangetoond dat [de vermeende vader] de verwekker is van [de minderjarige] . Nu van overige bezwaren als bedoeld in artikel 1:207 BW Pro niet is gebleken, ligt het verzoek – onder de voorwaarde dat de beslissing tot gegrondverklaring van de ontkenning van het vaderschap onherroepelijk is geworden – voor toewijzing gereed.
Geslachtsnaam minderjarige
Op grond van artikel 1:5 lid 2 BW Pro houdt een kind dat door gerechtelijke vaststelling van het vaderschap in familierechtelijke betrekking tot de vader komt te staan, de geslachtsnaam van de moeder, tenzij de moeder en de man wiens vaderschap is vastgesteld, ter gelegenheid van de vaststelling gezamenlijk verklaren dat het kind de geslachtsnaam van de vader zal hebben. De moeder en [de vermeende vader] hebben schriftelijk verklaard dat zij willen dat [de minderjarige] de geslachtsnaam van [de vermeende vader] zal dragen na de vaststelling van het vaderschap. De rechtbank zal hiervan melding maken in het dictum van deze beschikking.
Bijzondere curator
Uit de te nemen beslissingen volgt dat vertegenwoordiging van [de minderjarige] door de bijzondere curator in deze procedure niet meer nodig is. De rechtbank beschouwt de werkzaamheden van de bijzondere curator voor deze procedure als beëindigd.

Beslissing

De rechtbank:
*
stelt – onder de voorwaarde dat de beslissing tot ontkenning van het vaderschap onherroepelijk is geworden – vast het ouderschap van:
[de vermeende vader] , geboren op [geboortedatum 2] 1982 in [geboorteplaats 2] , [land 1] ,
over:
[de minderjarige] , geboren op [geboortedatum 1] 2024 in [geboorteplaats 1] ,
uit:
[de moeder] , geboren op [geboortedatum 3] 1991 in [geboorteplaats 3] , [land 2] ;
*
stelt vast dat de verklaring van de moeder en [de vermeende vader] luidt dat de minderjarige de geslachtsnaam van de biologische vader, “ [de vermeende vader] ”, zal dragen;
*
beschouwt de werkzaamheden van de bijzondere curator voor deze procedure als beëindigd.
Deze beschikking is gegeven door mr. H.M. Boone, rechter, ook kinderrechter, bijgestaan door mr. P.M.A. van Oosten als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 14 april 2026.