ECLI:NL:RBDHA:2026:11744
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Gerechtelijke vaststelling vaderschap en geslachtsnaamwijziging minderjarige
De moeder verzocht de rechtbank om gerechtelijke vaststelling van het vaderschap van de vermeende vader over de minderjarige, geboren in 2024. Eerder had de rechtbank de ontkenning van het vaderschap gegrond verklaard, waardoor de weg vrij kwam voor erkenning. De rechtbank achtte gerechtelijke vaststelling echter het meest passend, mede omdat de minderjarige al een juridische vader had bij geboorte.
DNA-onderzoek toonde met 99,9% zekerheid aan dat de vermeende vader de biologische vader is. Er waren geen bezwaren op grond van artikel 1:207 BW Pro. De rechtbank stelde het vaderschap vast onder de voorwaarde dat de ontkenning onherroepelijk wordt.
Daarnaast verklaarden de moeder en de vermeende vader schriftelijk dat de minderjarige na vaststelling de geslachtsnaam van de vader zal dragen. De bijzondere curator, die de minderjarige vertegenwoordigde, werd door de rechtbank ontslagen omdat zijn rol in deze procedure was beëindigd.
De beschikking werd op 14 april 2026 uitgesproken door rechter H.M. Boone van de rechtbank Den Haag.
Uitkomst: Het vaderschap van de vermeende vader wordt vastgesteld met terugwerkende kracht en de geslachtsnaam van de minderjarige wordt gewijzigd naar die van de vader.