De kinderrechter van de Rechtbank Den Haag heeft op 14 april 2026 een beschikking gegeven over een ondertoezichtstelling en een machtiging tot uithuisplaatsing van twee minderjarige kinderen, geboren in 2010 en 2016. De Raad voor de Kinderbescherming regio Haaglanden verzocht om ondertoezichtstelling voor de duur van een jaar en een machtiging tot uithuisplaatsing van het jongste kind voor zes maanden.
De kinderen zijn langdurig blootgesteld aan huiselijk geweld, middelengebruik en persoonlijke problematiek van de ouders. Er is sprake van relatieproblemen en financiële problemen, waardoor de kinderen tekortkomen aan rust, voorspelbaarheid en emotionele veiligheid. Het oudste kind draagt een ouderrol en heeft problemen met school en blowen, terwijl het jongste kind kwetsbaar is in zijn sociaal-emotionele ontwikkeling en trauma gerelateerde signalen vertoont.
De moeder stemde in met het verzoek en werkt aan haar verslavingsproblematiek. De pleegouders vangen het jongste kind op, maar geven aan dat overplaatsing naar een ander pleeggezin noodzakelijk is vanwege de impact op hun gezin. De kinderrechter oordeelt dat aan de voorwaarden voor ondertoezichtstelling is voldaan en dat de machtiging tot uithuisplaatsing noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding van het jongste kind.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat deze direct geldt, ook bij hoger beroep. De ondertoezichtstelling geldt van 14 april 2026 tot 14 april 2027 en de machtiging tot uithuisplaatsing van het jongste kind van 14 april 2026 tot 14 oktober 2026.