ECLI:NL:RBDHA:2026:11900
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing vordering Dexia tot finale kwijting effectenleaseovereenkomsten na betaling
De zaak betreft een vordering van Dexia Nederland B.V. tegen een gedaagde partij inzake effectenleaseovereenkomsten uit 1998 en 1999. Dexia stelde een eindafrekening op met een restschuld en bood aan deze kwijt te schelden tegen betaling van €1.000, waarbij ook een coulancevergoeding werd voorgesteld. De gedaagde reageerde niet tijdig vanwege gezondheidsproblemen en verzocht om heropening van het aanbod of een gelijkwaardig voorstel.
Dexia wijzigde haar eis tweemaal en vorderde dat de kantonrechter zou verklaren dat zij na betaling van €1.000 aan de gedaagde aan al haar verplichtingen had voldaan. De gedaagde verzette zich niet tegen de gewijzigde vordering. De kantonrechter oordeelde dat de situatie gelijkstaat aan acceptatie van het aanbod van 6 december 2024 en wees de vordering toe.
De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt. Het vonnis werd uitgesproken op 30 april 2026 door kantonrechter E.A.W. Schippers.
Uitkomst: Dexia heeft na betaling van €1.000 aan de gedaagde aan al haar verplichtingen voldaan en is niets meer verschuldigd.