ECLI:NL:RBDHA:2026:11945
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- L.J. van der Veen
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens vertrek met onbekende bestemming
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de aanvraag. De rechtbank beoordeelt dit beroep zonder zitting.
De rechtbank onderzoekt ambtshalve of eiser nog procesbelang heeft. Uit een melding van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COa) blijkt dat eiser op 10 februari 2026 met onbekende bestemming is vertrokken. De gemachtigde van eiser heeft verklaard geen contact meer te hebben met eiser en weet niet waar hij verblijft. Er is geen recente informatie die wijst op voortgezet contact of belang bij de procedure.
Gezien het fundamentele recht op toegang tot de rechter wordt terughoudend omgegaan met niet-ontvankelijkheid op basis van een MOB-melding. Echter, in dit geval is vastgesteld dat eiser geen prijs meer stelt op bescherming in Nederland en geen actueel belang meer heeft. Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en beoordeelt zij het niet inhoudelijk. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang door vertrek met onbekende bestemming.