Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , [V-nummer] , eiser
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Marokkaanse vreemdeling geboren in 1991, is sinds 23 oktober 2025 in vreemdelingenbewaring op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank heeft eerder op 12 november 2025 geoordeeld dat de maatregel tot die datum rechtmatig was. Het beroep richt zich op het voortduren van de bewaring na die datum.
Eiser stelt dat verweerder onvoldoende voortvarend handelt bij de uitzetting, dat hij detentieongeschikt is en dat een lichter middel had moeten worden toegepast. Verweerder heeft echter meerdere vertrekgesprekken gevoerd en rappels gestuurd naar de Marokkaanse autoriteiten. De rechtbank oordeelt dat verweerder voldoende voortvarend handelt en dat er geen zicht ontbreekt op uitzetting.
De rechtbank neemt het standpunt van verweerder over dat een lichter middel niet doeltreffend is en dat eiser niet detentieongeschikt is, mede gelet op de medische beoordeling binnen de detentie. De ambtshalve toetsing leidt niet tot een ander oordeel. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.