ECLI:NL:RBDHA:2026:12215
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag atheïst uit Tunesië wegens ontbreken gegronde vrees vervolging
Eiser, afkomstig uit Tunesië, vroeg asiel aan in Nederland vanwege zijn atheïsme en de daaruit voortvloeiende problemen met zijn familie. Hij stelde dat hij vanwege zijn afwending van de islam en de ontvangen dreigberichten vreest voor vervolging bij terugkeer. De minister wees de aanvraag af wegens onvoldoende onderbouwing van een gegronde vrees.
De rechtbank behandelde het beroep en oordeelde dat het asielrelaas deels geloofwaardig was, maar dat de dreigberichten onvoldoende bewijs vormden voor een reële dreiging. Eiser had slechts één dreigbericht bewaard, waarvan niet aannemelijk was dat het van zijn familie afkomstig was. Bovendien had hij vier jaar zonder problemen in een nabijgelegen dorp gewoond.
Verder concludeerde de rechtbank dat het atheïsme van eiser niet leidde tot een gegronde vrees voor vervolging, mede op basis van het ambtsbericht dat vrijheid van godsdienst in Tunesië waarborgt. Eiser had niet aannemelijk gemaakt dat hij zijn atheïsme openlijk beleed of dat hij bij terugkeer vervolgd zou worden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees de asielaanvraag af. Eiser kreeg geen proceskostenvergoeding. De uitspraak werd gedaan door rechter J.J. Janssen op 21 april 2026.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en de aanvraag wordt afgewezen.