ECLI:NL:RBDHA:2026:12262
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in asielzaak Dublinprocedure
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, maar de minister van Asiel en Migratie heeft deze aanvraag niet in behandeling genomen omdat Duitsland volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling van het asielverzoek.
Verzoeker heeft tegen dit besluit beroep ingesteld en tegelijkertijd een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening behandeld op 13 mei 2026, waarbij de gemachtigde van de minister aanwezig was, maar verzoeker en zijn gemachtigde waren afwezig met kennisgeving.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen omdat de bodemzaak (zaaknummer NL26.14817) inmiddels is behandeld en uitspraak is gedaan. Wel is de minister veroordeeld tot betaling van de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op € 934,00, conform het Besluit proceskosten bestuursrecht.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de minister wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten van € 934,00.